Symmetrisch
Symmetrische cryptografie (of private key encryption) is gebaseerd op
één manier van coderen en decoderen. Er wordt dus één
sleutel gebruikt. Als je dus gegevens geheim wilt houden, moet je er ook voor
zorgen, dat niemand die sleutel te weten komt. Er is één belangrijk
probleem: hoe krijgt de andere persoon waar je de gegevens naar toe wilt sturen,
die geheime sleutel?
Een oplossing voor dit probleem kwam van Diffie en Helman, zie ook sleutels
delen. Bij symmetrische cryptografie wordt de boodschap van letters en cijfers
eerst omgezet in een reeks getallen. Dit kan bijvoorbeeld met een ASCII tabel:
elke letter heeft namelijk een eigen nummer. Zo is de 'a' bijvoorbeeld ASCII
code 65. De 'b' stelt ASCII code 66 voor enzovoorts.
Deze reeks getallen wordt opgedeeld in blokken van een bepaalde lengte (bijvoorbeeld
64 bits). Hierna worden deze blokken met het encryptie-algoritme en de
geheime sleutel gecodeerd. Een algoritme is een manier (de stappen) om een probleem
op te lossen. Een encryptie-algoritme is dus een manier om een tekst te coderen.
De ontvanger van het bericht gebruikt de bijbehorende decryptie-algoritme
en dezelfde geheime sleutel als de verzender. Het decryptie-algoritme is dus
de manier om de tekst te decoderen. Hierna worden de blokjes weer aan elkaar
'geplakt', en de reeks cijfers met de ASCII tabel weer omgezet naar leesbare
letters.
Hieronder zie je het schematisch getekend: