| Vorige pagina | Holland | ||
Wordt vervolgd...Steeds meer emigrantenIn 1847 gingen steeds meer "Afgescheidenen" emigreren. De nieuwkomers bouwden allemaal een simpel huisje rondom de plek die Holland heet. Ds. C. van der Meulen vertrok uit Zeeland en stichtte in Michigan de plaats Zeeland (nu een zeer belangrijke plaats). Ook uit Overijssel kwamen emigranten, onder leiding van Ds. S. Bolks, hij stichtte "Hellendoorn", wat later "Overisel" ging heten. Er kwamen nog veel meer emigranten vanuit Nederland, en het aantal Nederlandse plaatsnamen herinnert hier aan (zie Nederlandse plaatsnamen). Al deze plaatsjes bij elkaar werden "de Kolonie" genoemd. Alle dorpen in de Kolonie ontstonden gedurende een periode van 50 jaar.Waarom allemaal bij elkaar?Die vraag kun je je best stellen. Waarom gingen nieuwe Nederlandse emigranten juist naar de plekken waar ook al Nederlanders zaten, of ze stichten met z'n allen een nieuwe plaats. Vaak gingen ze dan bij familie of vrienden zitten, want dat maakte de overgang iets minder eng. Als je als nieuweling ergens bent, is het wel prettig als de mensen dezelfde taal spreken, en als ze nog dezelfde gewoontes hebben. Dat wilden de Nederlanders ook graag behouden: de taal en de gewoontes. Als het dorp was gevestigd, kwamen er meer emigranten, totdat het land verdeeld was of te duur.Grote steden met Nederlandse wijkenEr waren ook Nederlanders die naar grote (al bestaande) steden emigreerden. In Grand Rapids is een aardig grote Nederlandse wijk. Ook buiten Michigan kun je het merken. In Chicago zijn twee Nederlandse nederzettingen opgegaan ("Lage Prairie" en "Hooge Prairie"). In Chicago zit ook nog een deel met heel veel Groningers, men spreekt daar nu van een "Groninger hoek".Kaart van NederlandTegen 1900 bewoonden de Nederlanders grote delen van verschillende streken in West- en Midden-Michigan. Ze maakten het grootste gedeelte van de populatie uit, en er was een kaart die je eigenlijk Nederlands kon noemen: Drenthe, Harlem, Zutphen, Groningen, etc. (Kijk voor meer info over deze steden)Al deze dorpen waren, met uitzondering van Holland, kleine nederzettingen met kerken, scholen, een winkel en boerderijen. De meesten zijn zo klein gebleven. Een beschrijving is te vinden in een brief die dominee A. Zwemer schreef vanuit zijn woonplaats Vriesland, waar hij in 1860 predikant van de "Nederlands-Gereformeerde Kerk" werd: "Wij wonen niet meer in Holland (de hoofdplaats van de kolonie), maar te Vriesland 10 mijlen (3 uren gaans) ten oosten van Holland. Je ziet dus ook hoe dat in die tijd was: de grond en de huizen zijn van de gemeente, de taal is anders dan in Nederland. | |||
| Vorige pagina | |||