Vorige pagina

Holland

Volgende pagina

Problemen

Landbouw

          Landbouw was er ook niet erg veel in Holland, want de boomstronken die eigenlijk rotsvast zaten in de grond maakten het moeilijk om een mooi akkerbouwlandje te creeëren. Als het hout al heel lang was verwijderd, kon er een ploeg door. Bovendien: het meeste gebied rond Holland was moerassig, wat dus voor vele jaren niet te gebruiken was. Had je eindelijk een akkertje, moest je ook nog jarenlang beren en wolven verjagen (anders was je je vee en/of je wintervoorraad kwijt).
          Ergens anders kon ook geen voedsel worden gehaald, want er waren hele slechte wegen, de plaatsen lagen te ver weg en bovendien was het voedsel toen erg duur.
          Het voedsel was niet erg luxe, het was heel eentonig. Wat aten de emigranten nou? Dagelijks eigenlijk hetzelfde: aardappels, maïsmeel, bonen- en granensoep. Koffie en thee was al heel luxe, de meesten moesten het doen met aftreksels van gebrande bonen of granen die dienden als surrogaat.

De nachtmerrie gaat verder

          De zomer van 1847, was een regelrechte nachtmerrie. Het regende veel meer dan gewoonlijk en veel ziektes braken uit. De doden konden niet eens meer normaal worden begraven, het waren te veel, en er was te weinig hout voor doodskisten. Bovendien waren de "overlevenden" nog te zwak om de mensen normaal te begraven.
          Dit allemaal dreef de bevolking tot wanhoop: "Ach! Wanneer ooit een volk arm en ellendig was, dan zijn wij het in dien eersten zomer geweest. (...) Zijn wij dan daarom hier gebracht, om in deze woestij te sterven, waren dan in het oude vaderland geen kerkhoven? Ach! Waren we er toch maar gebleven!"

          Steeds als de kolonisten de moed lieten zakken, sprong Van Raalte in. Hij wist de kolonisten te overtuigen tijdens zijn preken dat er een betere toekomst voor de boeg stond. Maar misschien was het niet Van Raalte die de mensen inspireerden, maar God, want Van Raalte had een rotsvast geloof in God, wat de mensen de meeste moed gaf.
          Religie was dus erg belangijk in Holland, als je daar meer over wil lezen, kijk dan bij religie. De kolonisten geloofden dat ze net op tijd aan het oordeel van God waren ontkomen door te emigreren, en dat God speciaal voor de Nederlanders een stuk grond had vrij gelaten in Michigan. De Nederlandse emigranten waren daar zo blij mee, dat ze in de eerste zomer dat ze in Holland waren al kerkdiensten hadden. Terwijl ze nog niet eens normaal konden leven. Weliswaar waren die diensten in de buitenlucht en heel simplistisch, maar toch.
          In 1850 sloten de emigranten zich aan bij de "Reformed Church in America" (was in de 17e eeuw gesticht in de VS door Nederlanders). In 1858 scheurde deze kerk ook, de "Christian Reformed Church" kwam in de VS erbij.

Eensgezindheid

          Alle kolonisten bij elkaar waren eigenlijk één grote familie. Iedereen voelde zich met elkaar verbonden, en alles werd gedeeld. Als iemand hulp nodig had, kreeg die die. Een heel mooi voorbeeld is de blokhut die als weeshuis was bedoeld. Maar die is nooit in gebruik genomen, wezen werden liefdevol opgevangen door andere kolonisten.
Vorige pagina

Volgende pagina

 

Terug naar Geschiedenis