| Vorige pagina | Religie |
| |
Geloof in overvloedIn 1882 had Jacobus Brandt klachten over de gemeenten, die geen bijbelse gemeenten meer waren: Vele plaatsen hier waar men drie kerken en drie pastorien bouwt, en probeert drie leeraars te beroepen, daar toch een kerk, eene pastorie en een leeraar voldoende zouden zijn, en de twee andere leeraars konden naar andere plaatsen gestuurd worden om aan het bevel, "Gaat heen en predikt" te voldoen."In zo'n gemeente had je ook nog problemen. Dat kwam namelijk omdat de mensen uit alle verschillende provincies kwamen, 'dus een die voilt ziech zoo, en een ander zoo, Zoodointe is hier nog al veel troipel (trouble) in de gemeenten'. God hielpSommige mensen schreven aan het einde van een jaar over de gebeurtenissen van dat jaar. Een voorbeeld is die van E. Wonnink uit 1872:"(..) Het oude jaar is wederom bijna voorbij gesneld met alle zorgen en bekommernissen, met voor en tegenspoeden, met lief en leed. Maar ook aan den anderen kant met zoovele blijken van Gods langmoedigheid, waar wij hem door onze zonden te belijden, met Zijne liefde en zegeningen, om ons tot zich te trekken, of met Zijne Vaderlijke kastijdingen, om ons onze afhankelijkheid te doen gevoelen. Eenen nieuwen tijdkring staan wij alzoo gereed in te treden, niet wetende wat ons dien baren zal, doch indien wij op den Heer in alles ons betrouwen kunnen stellen, zal ook de toekomst niet falen, hetzij met voor of tegenspoed. Hij weet wat het beste voor ons wezen zal."Er kwam geregeld de afhankelijkheid van God in de briefwisseling van de emigranten, tijdens de jaarwisseling werd er uitgebreider op ingegaan. Het was voor hen een manier van leven. Er was vrees voor ziekte en dood in de 19de eeuw, dus er zijn maar een paar brieven te vinden waarin niet staat dat 'ik door Gods goedheid nog steeds goed gezond ben'. Een voorbeeld van een 'normale' brief is het slot van een brief van C. Snoeyenbosch: "Hierbij zullen wij het voor deze keer laaten en wenschen uw den zeegen des Allerhoogsten naar ziel en ligchaam. Voor tijd en eeuwigheid hij geve uw en ons samen in hem te berusten. Want och zijn doen is enkel majestijd en heerlijkkheid. Zijt van ons allen hartelijk gegroet." Opvallen met de kerk Het meedoen aan activiteiten van de kerk waren de moeite van het vermelden waard. Maar als de kinderen meededen, was natuurlijk nog beter om te zeggen. Helemaal geweldig was het feit dat een zoon of broer dominee was geworden. Iets minder om te noemen, maar toch goed, was het feit dat een dochter met een predikant getrouwd was. OngelovigNou lijkt het erop dat iedereen erg gelovig was. Er waren natuurlijk ook mensen die niet geloofden, of die twijfelden aan het geloof. | |||
| Vorige pagina |
| ||