Van Raalte

          "De mensen, en ook hun grote leider, de dominee Albertus C. van Raalte, waar de mensen in het algemeen tegen opkeken als vader en raadsman, waren allen vol moed, met hoop voor de toekomst dat hun arbeid niet voor niks was geweest en dat ze uiteindelijk erin zouden slagen om de dichte bossen te kunnen ontginnen en dat er een vruchtbaar landschap zou ontstaan."

          --- Mevr. Cornelia Schaddelee, "Historical Recollections", 1911

          "Ik maakte snel kennis met dominee A.C. van Raalte en zijn vrouw. Ik vond hem erg jeugdige overkomen, zoals een ondeugende vriend me had gezegd, die hem in Lansing had gezien in de vorige winter, als een eerbiedwaardig uitziende man met een lange witte baard. Wij konden hen het meest vertrouwen van allemaal in deze vroege jaren; en de leuke bezoekjes van hen zijn de leukste herinneringen aan die tijd. Van Raalte bezit zeldzame spraakzame krachten (Van Raalte kon heel goed spreken, red.) en elke zin die hij zei was het herinneren waard. Zijn nobele vrouw was een vrouw van cultuur en perfectie.

          De dominee (Van Raalte, red.) kende het karakter van zijn mensen, ze waren actief, standvastig, doorzettend, en ze konden leren. Ze werden ook gedreven door dezelfde reden waardoor Van Raalte daar was. Dus het mooie bos weerhield hem niet van zijn doel. Hij kwam niet naar deze wildernis om zichzelf te vinden, of om elk mogelijk werelds voordeel te krijgen. De reden die hem hier bracht was een nobele- dat ze meer religieuze vrijheid mochten genieten. Het was op het huwelijk van zijn zoon dat de dominee tijdens het huwelijksfeest verhalen ging vertellen waarvan onder andere herinneringen toen de bruidegom een kind was, hij, de dominee, in de gevangenis was gegooid omdat hij in strijd met de wet predikte. He had Amerika gekozen als land voor zijn emigratie omdat hij hier volledige religieuze vrijheid kon genieten. Hij moest grote processen en ontberingen ondergaan, maar in tijdens de donkerste dagen leek hij met een profetisch oog de toekomstige successen van zijn werk al te zien. Toen wij door de donkerste dagen gingen heb ik hem dit horen zeggen: "Als ik mijn hoofd zou laten hangen, dan zou het werk nog steeds door gaan. Mijn werk kan niet tevergeefs zijn, want ik ben aan het bouwen met geloof." Zijn vrouw was een nobele helpster, een plaats in de geschiedenis waard naast hem. De herinnering aan zijn huis en familie drong zich altijd op en Mevr. van Raalte sprak vaak over een experiment om vroeg te vertrekken van bekende vrienden, maar ze voegde altijd "Het is God" toe."
          --- Anna C. Post, 1881
 

Terug naar Verhalen van Immigranten