Wezen"In de eerste dagen was er veel ziekte en veel doden. Soms stierven beide ouders, en bleven weeskinderen achter in erbarmelijke omstandigheden. Deze werden liefdevol opgenomen door families. Maar als het aantal wezen steeg was het beste om een weeshuis op te richten, en op een zondagmorgen suggereerde Van Raalte zijn gemeente om voor een keer een inschrijvingslijst te openen voor dat doel, en nodigde iedereen die aanwezig was uit om naar voren te komen naar zijn preekstoel en om zoveel als ze wilden te geven voor zo'n gebouw. Ik (een meisje van 15 toen, red.) ging ook naar voren en vertelde de dominee, "ik heb geen geld, maar ik heb gouden oorringen en andere juwelen thuis, die nieuw zijn en nooit gedragen." Het antwoord van de dominee was, "Ja, mijn kind, dat soort giften zijn erg gewaardeerd en welkom." Toen ik thuis kwam vertelde ik mijn zussen wat ik had gedaan, en zij wilden ook hun juwelen geven voor zo'n goede zaak. De volgende dag, maandag, Van Raalte kwam naar ons huis, zoals hij vaker deed om moeder te zien, die leed aan reumatiek, en in zijn gesprek met moeder, zei hij, "Moedertje, ik kom om de juwelen van je dochters te verzamelen, die ze hadden toegezegd om een weeshuis mee op te richten." Moeder was verbaasd, en zei dat deze sieraden niet aan de kinderen toebehoorden, maar aan hun ouders, en dat de kinderen te jong waren om ze van de hand te doen. Maar de dominee zei dat moeder het moest zien als een zegen van God dat hij de harten van de meisjes had gevuld met vrijgevigheid, om deze onnodige sieraden weg te geven voor iets wat nodig was, als een offer aan God. Het gesprek stopte en de dominee kreeg de nieuwe gouden oorringen en andere sieraden. Met dit voorbeeld van liefdadigheid ging Van Raalte naar anderen voor hetzelfde doel. Hoewel het weeshuis was opgericht is het nooit voor dat doel gebruikt. Het aantal wezen steeg niet zo erg, ze waren allemaal opgenomen door families."
|