Amerikanen en de Immigranten "Toen ik hier een paar dagen was, had Hoyt me verteld dat er een erg vriendelijke Nederlandse vrouw in de buurt woonde, die een beetje Engels sprak (de schrijfster sprak alleen Engels, red.). Ik verlangde ernaar om haar te zien, maar ik verstond niet meer dan een half dozijn Nederlandse woorden; maar toch wilde ik haar bezoeken. Ze zag er erg lief uit, een vrouw die me hartelijk verwelkomde met een lach en bood me een stoel aan en een kleine stoof om mijn voeten op te zetten, de eerste die ik ooit heb gezien. Snel bracht ze me thee in een klein porseleinen kopje. Je kan al weten dat we problemen hadden om ons verstaanbaar te maken. Bijvoorbeeld, ze pakte m'n arm en zei glimlachend, "je hebt niet veel spek." Ik had op tonnen gezien "spek te koop!", en toen ik het had gevraagd, werd mij verteld dat het "pork for sale" (zij was Engels, red.) betekende, dus ik wist dat "spek" 'pork' was. Ik zei, "ja, we hebben 'spek' in overvloed in de kelder." Toen pakte ze zachtjes m'n wang, zei ze veel harder, "Nee, nee, jij hebt geen spek!" Toen schoot het door mijn hoofd dat ze bedoelde dat ik dun was. Die geweldige vrouw leeft nog steeds en ze kan ongetwijfeld vertellen over mijn blunders tijdens dat gesprek."
"Grand Rapids is half een berg- en half een valleistad en is groter in omtrek dan Amsterdam maar niet zo bekrompen bebouwd. Er zijn 30.000 inwoners van allerlei naties. Er zijn 42 kerken waarvan sommige 150.000 dollars kosten. De Amerikaan heeft veel voor de godsdienst over. Er zijn hier veel fabrieken, grote winkels en rijke gebouwen. Veel houten huizen die zeer goed ingericht zijn. Ik woon op een bovenhuis en betaal 2 dollars huur per week. Het bestaat uit 2 kamers en 2 alcoven (een soort donkere slaapkamer) en veel kasten. Het staat recht tegenover mijn school. De Engelschen zijn zeer verkwistend en maaken veel bombarie, zoals blijkt uit hun aanplakbiljetten die de hele gevels bedekken. De Hollanders zijn hier ijverig en schraperig. De Duitsers gemeen in den Handel, de Ier is lui en goed om brand te stichten. Gebrek bestaat hier niet dan alleen bij de Zwarten, die vroeger slaven waren. Ze zijn zeer werkzaam en vereerd als men ze groet. De afgod van de Amerikaan is de vrouw, zo zelfs dat de rijkste heer het niet in zijn hoofd zal krijgen om zijn laarzen door de meid te laten poetsen. De Amerikaanse vrouw is lui, trots, vuil en verkwistend. Die er zo een krijgt met $50.000 dollars heeft ze nog te duur..."
geen vooroordelen of wat dan ook van onze kant en zeker niet kwetsend bedoeld. "We vonden het fijn om naast het station te wonen. We konden de treinen zien aankomen en als er een trein vol Hollandsche (Nederlandse) emigranten binnenkwam, haastten we ons naar het station. De nieuwelingen waren nog in nationale klederdracht en liepen op klossende klompen. Ze kwamen in de meubelfabrieken van Grand Rapids werken en brachten hun gezinnen mee."
|