Grand RapidsHet begin Grand Rapids was al snel groter dan van Raalte's kolonie. Al in 1870 had Grand Rapids een werkgelegenheid voor vele beroepen. Er was al een Hervormde Kerk in Grand Rapids voordat van Raalte zijn kolonie stichtte. Het was echter een kerk van de veramerikaanste Nederlanders, dus er werd Engels gesproken. Wat voor de Nederlanders een stuk minder aangenaam was. Alleen omdat ze dezelfde voorouders hadden, werd er al snel samengewerkt. In 1849 boden de Amerikaanse Nederlanders de Nederlanders hun kerk aan voor niks, en in 1850 kregen de Nederlanders hun eigen kerk. Tegen 1875 waren er al twee nieuwe gemeenten uit voortgekomen. Er was ook nog een ander kerkgenootschap van emigranten ontstaan in Grand Rapids.
(Werk)meisjes Als er ongehuwde meisjes waren, gingen die waarschijnlijk, want dat was gewoonte, naar de rijkere mensen in Grand Rapids. In 1848 waren er al meer dan 100 Nederlandse meisjes die huishoudelijke arbeid deden bij de rijkeren. Het nieuws over de arbeidsmogelijkheden werd steeds naar de kolonie bericht, en per brief het nieuws over de toestand in Grand Rapids naar Nederland. Gemeenschap Hoe laat je Nederlandse emigranten komen, oftewel, hoe geef je ze de beste perspectieven?
Sommigen waren helemaal verrukt van de gemeenschap in Grand Rapids, een voorbeeld hiervan is Evert Wonnink. Hij kwam voor het eerst aan in Grand Rapids met zijn familie. Ze hadden net een ramp tijdens hun reis overleefd. Ze hadden hun bagage verloren, en het enige wat ze hadden waren de kleren die ze aan hadden. Vrienden hadden hen opgewacht, zorgden voor vervoer en eten. Één vriend had zelfs een gemeubileerd huis voor ze gehuurd en had voor voedsel voor de eerste tijd gezorgd. De Wonninks vonden werk bij een papierfabriek in het nabijgelegen dorp Rockford. Maar ze gingen wel zo spoedig mogelijk terug naar Grand Rapids, omdat, zo schreef hij, ze anders niet naar de kerk en de zondagsschool konden gaan, omdat ze dan door de papierfabriek te ver weg waren van de kerk.
Geweldig(e) land / stad Na het eerste halfjaar dat Wonnink in Michigan was, schreef hij: "Amerika is een goed land voor een arbeider welke door den vlijt zijner handen op een eerlijke wijze zich een bestaan wenscht te verschaffen, dat is alzoo menigmaal geschreven en het is waarheid. Evenwel kan en mag men geen mensch uitnodigen om te zeggen komt! Want het is op die wijze van acheteren soms gebleken dat het Gods weg niet was, daar hier vele menschen komen die hier volslagen tegenzin hebben. Wat ons aangaat, wij waren van den eersten oogenblik aan dat wij ons huisvesten hier zoo goed te huis als in Nederland."In 1873 schreef hij weer wat op over Grand Rapids. Hierin valt heel duidelijk wat over de sfeer van toen te vinden, over de landbouw en over de belangrijkheid van de kerk: "Onze werkzaamheden zijn nog dezelfde en wij worden daarin kennelijk gezegend. Onze plaats neemt van jaar tot jaar in bloei toe en er zullen dezen zomer niet minder dan 600 nieuwe gebouwen verrijzen. Als gij hier 's Zondags door de stad gaat, ontwaart gij volkomene stilte: alle herbergen en winkels zijn den geheelen dag gesloten, alleen de Apotheken niet en indien er al een herbergier mogt wagen zijn kroeg te openen op Zondag en hij wordt door de politie betrapt, zoo gaat hij naar den kas en kan, indien het slechts voor den eersten keer is, er met eene boete van 30 dollar afkomen. Dat is wet en order. Het is nu hier weer zomer in vollen nadruk, doch goed. Wij hebben dit voorjaar fiks regen gehad en nu warme zonnneschijn. De vruchten groeijen hier spoediger als bij U, zoo dat men bij gunstig weder er zelfs over verwonderd moet staan. Het plan is gevormd om er nog eene Hollandsche kerk hier ter plaats bij te bouwen, daar onze kerk, die voor twee jaar gebouwd is, al weder te klein wordt en de hoorders niet meer bevatten kan." Minder geweldig(e) land / stad Nou moeten we alleen oppassen dat we de mening van Wonnink gaan generaliseren. Hij had voorspoed, sommige hadden minder voorspoed. Hij had meer kans op succes, omdat hij in Grand Rapids arriveerde tijdens een periode van economische uitbreiding. Als je tijdens een periode van economische crisis kwam, had je minder kans op succes en was je ook (vaak) minder enthousiast dan Wonnink. In 1876 schreef Jacobus Pietersen bijvoorbeeld: "Voor een huis houden ziet het er maar slegt uit van wegens de verdiensten. Het daggeld is meest op een Dollar gedaald en daar bij loopt hier zeer veel volk om de voor uit gezigten staan zeer slegt."Hij wist alleen niet of hij weer terug moest gaan naar Nederland of blijven in Michigan. Hij had namelijk Nederland verlaten om een beter leven op te kunnen bouwen, maar dat lukte niet als er een economische crisis was.
Hij had het alleen wel beter dan mannen met een gezin, hij was namelijk ongehuwd. Hij bleef tamelijk luchthartig over zijn omstandigheden. Hij was ontslagen uit de fabriek waar hij werkte, en kreeg werk als boerenknecht, 25 mijl buiten Grand Rapids. Hij had de boer nog niet gezien, maar hij verklaarde: "Dat gaat op een geloof af maar als het mij niet aanstaat dan zeg ik haar zoo Derekt weer goudbai (tot ziens). Het zijn Jankees Jankees zoo noimen (noemen) de Amerikanen haar."Hier zie je trouwens ook de naam Jankees (wat nu Yankees is) naar voren komen.
Natuurlijk heeft niet iedereen problemen tijdens economische crisis, want zo schreef S. Timmerman in 1884, tijdens een andere periode van economische crisis: "Daar loopen wel honderde mensen ledig, wij hebben er nog geen verlet bij (..), ik heb nu al drie Jaar op het vaberijk gewerkt en nog geen verlet gehat, dus wat is dat een groten Zeegen dat wij ons eigen broot kunen eeten." |