VerschillenVrijheidDe meeste emigranten waren eenvoudig volk, en waren verbaasd over de maatschappelijke vrijheid die ze hadden daar. Wat zeker niet het geval was in Nederland. Sommige werden zelfs in Nederland doodgezwegen, om hun godsdienst, en vonden daardoor Michigan extra aantrekkelijk. Markus E. Nienhuis schreef daarover in 1854: "Maar hier is vrijheid van godsdienst, men kan hiertoe verkiezen wie men wil, het is hier geen dwang, wat de leraar hier prediken zal en waar of hoe men kerken bouwen wil, men kan het doen waar en hoe men wil, maar dit komt er bij, ieder moet zichzelf redden. Daar komt, hoe het ook zij, geen ondersteuning van staads- of landswegen bij. (..) Verders kunnen wij hier gerust leven. (..) Die slaafse banden en grote heerschappij daarvan zijn wij hier bevrijd en behoeven hier voor geen penlikkers te werken."Met dat laatste bedoelde hij dat ze geen problemen hebben met achterstallige betalingen, en dat ze de kans lopen dat hun inboedel de volgende dag uit het huis gezet wordt als ze het dan nog niet betaald hebben. Kerkelijke vrijheid was ook erg belangrijk voor de emigranten. Ze mochten kiezen welke godsdienst ze aanhingen.
OngedwongenDe emigranten vonden de ongedwongenheid die de Amerikanen hadden vreemd. Kinderen speelden buiten zonder schoenen en vrouwen reden paard en bestuurden rijtuigen. Ook was het zo dat ze vrij kregen als er een begrafenis was van iemand die ze kenden, wat niet in Nederland het geval was.
KostenBij een begrafenis werd veel geld uitgegeven. De kist bijvoorbeeld kostte zo'n 140 dollar, een glasplaat werd daarboven gelegd en de overledene was mooi gekleed. Als men van de kerk naar de begraafplaats ging, werd iedereen in rijtuigen vervoerd. Daar werd de kist nog eens in een tweede kist gedaan. Dit betekende dus een grote kostenpost. Dat was zeker niet zo in Nederland. |