| Invloed van de Zon en de Maan |
De zon en de maan oefenen allebei invloed uit op de aarde. Soms werken ze samen en soms werken ze elkaar tegen. Van invloed zijn: de zwaartekracht, de zonnewarmte, het licht en de tijdrekening.
De
Tijdrekening:
De aarde draait met een snelheid van 105 000 km per uur in een ellipsvormige
baan om de zon. Eén rondje om de zon duurt 365,242 dagen. Een kalender jaar
duurt in de westerse tijdrekening 365 dagen. Daarom is er eens in de 4 jaar (het
schrikkeljaar) een extra dag nodig om de tijd in te halen. Dit doen we op 29
februari. In één baan om de zon legt de aarde 939.886.400 km af. De afstand
van de aarde tot de zon is op het dichtstbijzijnde punt 147.097.800 km (3
januari), en op het verste punt 152.098.200 km (4 juli).
De maan draait in 27,3 dagen om de aarde. Maar omdat de aarde ook draait
verlopen er 29,53 dagen tussen twee volle manen. Het is volle maan als wij de
maan helemaal verlicht zien door de zon. Als de maan helemaal donker is, is het
nieuwe maan. De cyclus van de maan geeft globaal onze maandindeling.
De aarde draait ook om haar eigen as. In 24 uur is ze van west naar oost om haar
as gedraaid. Eén draai van de aarde om haar eigen as is een dag. Verschillende
plaatsen op aarde draaien met een andere snelheid. Op de polen beweeg je bijna
niet, terwijl je op de evenaar (de denkbeeldige lijn die over de aarde midden
tussen de polen loopt) rondtolt met een snelheid van 1600 km per uur.
| Het
Licht: Doordat de aarde in 24 uur van west naar oost om haar as draait, zie je op aarde de zon in het oosten opkomen en in het westen ondergaan. De aardas staat niet precies in een rechte hoek ten opzichte van de zon, maar helt over in een hoek van 23,5 graad, dit is de inclinatiehoek. Door deze schuine stand van de aarde verandert in de loop van het jaar de tijd tussen zonsopgang en zonsondergang. Deze verandering is op de evenaar bijna niets en op de polen het grootst. Daar gaat 's zomers de zon helemaal niet onder en komt 's winters niet op. De cyclus van nieuwe maan naar volle maan en weer terug zorgt ervoor dat 's nachts een deel van het zonlicht door de maan naar het aardoppervlak wordt weerkaatst. Hierdoor wordt het wat minder donker. De
Zonnewarmte: |
|
|
Doordat de aarde schuin staat ten opzichte van de zon ontstaan er vier seizoenen. Dit zijn lente, zomer, herfst en winter. In de zomer schijnt de zon langer en staat rechter boven de aarde, de zonnestralen komen zo directer op het aardoppervlak. Hierdoor wordt het warmer. In de winter is dit precies het tegenover gestelde. De zon schijnt korter en valt schuiner op het aardoppervlak waardoor het minder warm wordt. |
Zwaartekracht:
Dat de aarde om de zon blijft draaien is het gevolg van de zwaartekracht
(ook wel aantrekkingskracht genoemd). De zwaartekracht is een door de wetenschap
nog onbegrepen onzichtbare natuurkracht. Dit verschijnsel zorgt ervoor dat de
aarde om de zon draait, de maan om de aarde en dat dingen op de grond vallen.
Alle materie, zelfs het kleinste voorwerp, heeft aantrekkingskracht. Hoe
zwaarder iets is, hoe sterker die kracht is.
De zon staat ver weg maar is heel zwaar en heeft dus een flinke aantrekkingskracht op de aarde. Door de snelheid van de aarde heeft deze de neiging om van de zon weg te vliegen. De aantrekkingskracht van de zon zorgt ervoor dat dit niet gebeurt, waardoor de aarde in haar baan blijft. Dit is hetzelfde als je bijvoorbeeld een voorwerp aan een touwtje rondslingert. Zolang je het touwtje vasthoudt, voel je de kracht waarmee je het voorwerp in de baan houdt. Laat je het touwtje los, dan vliegt het voorwerp naar buiten.
|
De aarde is ook een groot en zwaar 'voorwerp', en heeft dus ook grote aantrekkingskracht. Die zorgt ervoor dat wij op de grond blijven staan en dat alles wat je loslaat naar de grond valt. De maan die om de aarde heen draait wordt door de aantrekkingskracht van de aarde vastgehouden. Dit werkt op dezelfde manier als de aarde die door de zon wordt vastgehouden. Maar ook de maan oefent aantrekkingskracht uit op de aarde. Dit kunnen we aan de kust dagelijks zien aan de bewegingen van eb en vloed. Doordat de zon en de maan aan de aarde trekken wordt als het ware de aarde tot een ovaal uitgerekt. Het vaste deel van de aarde (de korst) is moeilijk uit te rekken. Met het water in de oceanen gaat dit gemakkelijker omdat het vloeibaar is. Hierdoor stijgen en dalen de oceanen aan beide kanten van de aarde en krijg je eb en vloed. Als zon, aarde en maan in elkaars verlengde staan, worden deze krachten versterkt en krijg je springtij (extra hoge waterstand). Staan zon en maan ten opzichte van elkaar in een hoek van 90 graden, dan werken deze krachten elkaar tegen en heb je doodtij (extra lage waterstand). |
| Verwante sites |
Hoofdpagina | Ontstaan van de Aarde | Structuur van de Aarde | Leven op Aarde
Structuur van de Aarde: Structuur
| De Kern | De
Mantel | De Korst | De
Atmosfeer | Invloed van de Zon en de Maan
Platen Tektoniek | Aardbevingen
| Vulkanen
|
|
| ©
Copyright 2000, ThinkQuest team C003124 All rights reserved. |
| /C003124/nl/sunmoon_nl.htm |