Woon- en verblijfsvormen

 

Iemand met een handicap heeft thuis vaak veel aanpassingen nodig aan de inrichting van zijn huis. Drempels moeten verwijderd worden, deuren verbreed, traplift aangelegd, speciale WC's/ en badruimtes of een verlaagd aanrecht aangesloten. De overheid vergoed in een aantal gevallen de kosten van deze aanpassingen. De ontwikkelingen van deze tijd hebben er voor gezorgd dat er zelfs al bij de bouw van woningen rekening wordt gehouden met gehandicapten. De woningen worden zo gebouwd dat ze zonder al te veel problemen aangepast kunnen worden voor een gehandicapte bewoner.

Steeds meer gehandicapte kinderen en volwassenen krijgen thuishulp. Die hulp is dan meestal assistentie bij de dingen in het dagelijks leven zoals wassen, aankleden, naar de WC gaan of hioshoudelijke klussen. De hulp wordt zoveel mogelijk aangepast aan de gehandicapte persoon, want uiteindelijk weet de hulpvrager het beste welke hulp wanneer nodig is. Een goede relatie met de hulpgever is daarom van groot belang.

Gemeenten bouwen aangepaste woningen voor gehandicapte mensen. Dat soort woningen (ADL-clusterwoningen) staan meestal tussen de andere gewone huizen. De hulpverleners van die mensen wonen daar ook tussen. De gehandicapte mensen wonen wel zelfstandig maar hebben bij verschillende dingen toch wel hulp nodig. Als ze hulp nodig hebben om bijvoorbeeld naar de WC te gaan kunnen ze op een belletje drukken. De verplegers horen in hun huis dan dat belletje en gaat er ergens een lampje branden zodat de verplegers kunnen zien welk huis om hulp gevraagd heeft. De verplegers gaan er dan zo snel mogelijk naartoe en als diegene die om hulp heeft gevraagd dan naar de WC is geweest gaat de hulpverlener weer terug naar zijn eigen huis.

16-08-99