Naast degedragsmatige bevindingen die hiervoor genoemd zijn, groeit het aantal bewijzen voor een direct verband tussen leesproblemen en specifieke patronen van hersenstoornissen. Deze zijn afkomstig van de neurowetenschappen. Men heeft het syptoom-beeld van iemand met dyslexie vergeleken met iemand die alexie heeft. Alexiepatiënten hebben het vermogen tot lezen verloren door een beschadiging aan hun linker-hersenhelft. Dit verband leidde tot neeuropsychologishe verklaringen.

Afwijkende dominatie

Normaal gesproken is de linker-hersenhelft gespecialiseerd in de verwerking van mondelinge informatie, terwijl de rechter-hersenhelft juist gespecialiseerd is in het verwerken van visueel-ruimtelijke informatie. Bij dyslectici komt een ander patroon voor. Orton concludeerde in 1928 dat dyslexie ontstaat doordat er geen dominante hersenhelft is. Beide hersenhelften beconcureren elkaar dus bij de verwerking van informatie. Hierdoor worden tijdens het lezen letters verwisseld. Het leesproces verloopt goed als één van beide hersenhelften dominant is.

Een ander model dat uitgaat van afwijkende dominantie is het balansmodel, ontwikkelt door Bakker. De rechter-hersenhelft controleert overwegend in het beginnende lees-leerproces. De visueel-ruimtelijke aspecten zijn dan van belang. Bij de betekenis-aspecten, die later van belang zijn, speelt de linker-hersenhelft van belang. Bij het eerste type dyslexie (zie: 'Wat is dyslexie')blijft de rechter-hersenhelft te veel controleren. Bij het tweede type (zie: 'Wat is dyslexie') begint de linker-hersenhelft al te vroeg de contole op het lezen te verzorgen.

Ontwikkelingsachterstand

Dit model is gebaseerd op het feit dat bij kinderen een stadiumgewijze ontwikkeling van functies bestaat. Gevoel, beweging en taal volgen elkaar op bij de ontwikkeling. Dit model gaat ervan uit dat dyslexie ontstaat door een vertraging in de ontwikkeling van de hersenen en de differentiatie van hun functies. Het is echter niet zo dat de leesachterstand ingehaald kan worden, een leesstoornis is vaak van blijvende aard.

Anatomische ontwikkeling

Sinds het eind van de 19de eeuw bestaat het vermoeden dat dyslexie te maken heeft met structurele defecten in de hersenen. Uit recentelijk onderzoek van Geschwind en Galaburda blijkt dat vooral de linker-hersenhelft van dyslectici anatomische defecten vertoont. De oorsprong hiervan is te vinden in het neuronale migratieproces. Dit is het verschijnsel dat zenuwcellen (neuronen) die ontstaan in centrale gebieden van de hersenen, tijdens de ontwikkeling van de foetus verhuizen naar de hersenschors. De storingen hebben vooral invloed op de linker-hersenhelft. Volgens Geschwind ontstaat dit door een teveel aan het hormoon testoteron. Dit zou ook de hogere frequentie van linkshandigheid onder lees- en taalgestoorden verklaren.

Bron: 'Natuur en Techniek' nr. 2 1991 (bewerkt)

Laatste update: 16 mei 1999

Margriet Zuidhof en Erna Oudman