Als kinderen beginnen met het leren lezen, hebben ze al een redelijk grote woordenschat. Ze hebben alleen nog nauwelijks een idee van de samenhang tussen gesproken en geschreven woorden. Het proces van het leren lezen bestaat uit 3 fasen.

Fase 1

Het leren onderscheiden van lettervormen. Ook moet het kind leren om van links naar rechts te werken. Dit is erg belangrijk voor de betekenis van een woord, want 'mat' en 'tam' zijn twee heel verschillende dingen. Ook voor de betekenis van zinnen is dit van belang. In deze fase gaat het vooral om visueel-ruimtelijke aspecten van een tekst.

Fase 2

In deze fase gaat om de klank-teken-koppelingen, de relatie tussen geschreven letters en lettergroepen aan de ene kant en aan de andere kant de bijbehorende klanken. Als het kind dit kan, kan het al spellend lezen.

Fase 3

Het opbouwen van kennis van regelmatigheden in de schrijftaal is hierbij belangrijk (orthografische kennis). Hierdoor kunnen woorden snel en effectief herkent worden. De kennis hierin van het kind wordt vergroot door veel te lezen.

Bron: 'Natuur en Techniek' nr. 2 1991 (bewerkt)

Laatste update: 16 mei 1999

Margriet Zuidhof en Erna Oudman