Symbolische representaties
Symbolische representaties zijn de tweede vorm van representaties. Ze worden ook wel begrippen genoemd, en zo zullen we het voortaan noemen.
Een begrip is een verzameling van objecten, gebeurtenissen of andere begrippen, die overeenkomen met de eigenschappen van het hoofdbegrip. Begrippen bepalen de eigenschappen, die bepalen of iets tot dat begrip hoort of niet. Door middel van begrippen kunnen mensen hun waarnemingen organiseren zodat ze die kunnen gebruiken in dagelijkse situaties.
Bijvoorbeeld, als je de eigenschappen van het begrip 'kat' bekijkt, zul je denken dat het dieren zijn met een staart, die melk drinken en die 'miauwen'. En wanneer je dan een dier ziet dat 'miauwt' en met zijn staart kwispelt, kun je concluderen dat het een kat is. Maar als een blaffend dier ziet dat kwispelt met zijn staart, zul je niet concluderen dat het een kat is. Je herkent dan direct het begrip hond.

"Een begrip is een verzameling van objecten, gebeurtenissen of andere begrippen, die overeenkomen met de eigenschappen van het hoofdbegrip."
Ordening
Begrippen worden geordend op een bijzondere manier. Ze worden geordend naar de groep waar ze bij horen. Bijvoorbeeld, appel is een onderdeel van de groep fruit, wat weer een onderdeel is van de groep eten. Je kunt dit in het schema hieronder zien.
Hierarchy van begrippen
In het plaatje kun je zien dat het begrip 'dier' wordt onderverdeeld in 'vogels' en 'vissen'. (Er zijn natuurlijk meer groepen maar het is zinloos die allemaal te tekenen.) De groep vogels wordt onderverdeeld in de begrippen mus en roodborstje.
Volgens deze ordening, zul je, als je over straat loopt en je ziet een roodborstje, eerst herkennen dat het een dier is, dan zie je dat het een vogel is, als laatste zie je dat het een roodborstje is. Om deze groepen te kunnen onderscheiden moet je de eigenschappen van deze groepen vogels kennen.

Het leren van begrippen
Het leren van begrippen gebeurt bij kinderen al voordat ze leren praten. Zij leren de woorden, die bij bepaalde begrippen horen, en kijken wanneer die gebruikt worden.
Kinderen gebruiken vaak maar een of twee eigenschappen van een begrip wanneer meerdere eigenschappen nodig zijn om iets te herkennen. Zo kan het voorkomen dat een klein kind zegt dat hij een varken ziet, als hij een hond met een krulstaart ziet. Het kind herkent de eigenschap 'gekrulde staart' dat behoort tot het begrip varken. Het kind maakt nu de fout niet te kijken naar de andere eigenschappen van een varken met als gevolg een verkeerde herkenning.

Psychologie van GedragBiologische AchtergrondDagelijks GedragWangedragCognitieve Processen


 Meer informatie:
  Mental imagery 1
  Mental imagery 2
  Mental imagery 3
  Concepts



Heeft u meer informatie over Begrippen? Voeg het a.u.b. toe in onze database.

[ TOP ]

  © ThinkQuest Team 26618. Alle Rechten Voorbehouden.