Dit hoofdstuk gaat over de biologische achtergrond van gedrag. Gedrag heeft namelijk ook een belangrijke biologische kant. Gedrag, dat kan varuiëren van autorijden tot het maken van een wiskunde som, hangt af van vele processen in het lichaam. De samenhang tussen deze processen wordt geregeld door het zenuwstelsel.

Bijvoorbeeld, wat je lichaam allemaal moet doen om je te laten stoppen voor een rood licht. Eerst moet je het rode licht zien, dit betekent dat het licht moet worden opgevangen door het oog. Dit oog stuurt dan signalen naar de hersenen die ze vergelijkt met het andere oog en ze tijdelijk opslaat in het geheugen (Je weet dat je bij een rood licht moet stoppen)
Daarna moet je met je voet het rempedaal indrukken. Om dit te laten gebeuren moeten de hersenen een signaal naar de voeten sturen. tegelijkertijd vertellen je ogen je hoe efficiënt het remmen is en of je dus harder of zachter moet remmen. Al deze signalen van een naar de hersenen worden geleid via zenuwcellen.

De eerste paragraaf, het zenuwstelsel, gaat over de hersenen en de wervelkolom en de andere zenuwen, die samen het zenuwstelsel vormen. het belang van dit zenuwstelsel is duidelijk gemaakt in het verhaaltje hiervoor.

De tweede paragraaf, genetische invloeden, gaat over de rol van de genen in je gedrag. Hier wordt uitgelegd hoeveel invloed erfelijkheid op je gedrag heeft, en hoe dit onderzocht wordt.

De derde paragraaf, invloeden van hormonen, beschrijft de hormoonproductie en welke invloed dit heeft op ons gedrag. We vertellen welke klieren welke hormonen afscheiden, en welke invloeden die hebben. Ook vertellen we iets over hormonen in het algemeen.

In de laatste paragraaf vertellen we iets over biologische ritmes. We vertellen iets over slapen, en de invloed van slapen op het leren.

Psychologie van GedragBiologische AchtergrondDagelijks GedragWangedragCognitieve Processen

[ TOP ]

  © ThinkQuest Team 26618. Alle Rechten Voorbehouden.