VOC Logo
Routes naar Azie

Algemeen

Letter De schepen vertrokken vanuit Texel, Rammekens of Goeree. Van daaruit voeren ze via het Kanaal langs de Portugese kusten en de Kaapverdische eilanden naar het zuiden toe. Het hing grotendeels van de wind af hoe er precies gevaren werd.
De problemen kwamen vaak rond de evenaar. Er waren daar namelijk meerdere sterke stromingen die de schepen bijvoorbeeld in de richting van het Caribisch gebied dreven. Om te grote risico's te omzeilen, besloot het bestuur van de V.O.C. dat de schippers vanaf 1627 verplicht een wageweg moesten volgen.
Ze voeren een stuk langs de kust van Brazilie. Op 30 graden ZB veranderde de koers richting Kaap de Goede Hoop. Dit was een verplichte aanlegplaats. Hier werden o.a. vers water, vlees en andere voedingsmiddelen ingeslagen. Verder werden hier ook reparaties aan het schip uitgevoerd en de zieken verzorgd.

Wereldkaart
Routekaart
Vaar zelf naar Indie en Terug!

Dit was de enige stop die er werd gemaakt, en daarmee voor de gezonde zeelieden een leuke onderbreking van het eentonige leven op zee.
Van Kaap de Goede Hoop voer men nog een klein stukje richting het zuiden tot aan 35-40 ZB. Van daaruit weer noordelijker. Vanwege de westenwinden in deze streek konden de schepen, over de Indische oceaan, snel naar Indonesie varen. Deze route was koeler en minder gevaarlijk dan de route langs de Afrikaanse kust. Hier waren namelijk veel vijandige vestigingen en ongunstige winden. Er zat ook een nadeel aan deze nieuwe route. De schipper moest zeer goed berekenen waar ze zaten.

Pagina uit een Logboek
Volledige Grootte

Foto van Het VOC schip Amsterdam

Als ze iets te vroeg naar Noordelijke richting draaiden, konden ze bijvoorbeeld op Sumatra belanden. Het was van daar uit erg moeilijk om alsnog in de goede richting te komen.

Er waren in het begin twee soorten vloten.
1. De Kerstvloot
2. De Paasvloot
Iedere vloot vertrok in een groep van twee tot vijf schepen. De reis duurde ongeveer acht maanden.
De kerstvloot vertrok in december/januari. Dit had als nadeel dat het weer op de Noordzee meestal slecht was. Het eerste voordeel was dat ze de evenaar passeerden met de 'Noordoostpassaat' in de rug, waardoor ze Batavia sneller bereikten. Het tweede voordel was dat de vloot net na de slachtmaand vertrok, waardoor het vlees aan boord nog vers was.
De Paasvloot had minder problemen op de Noordzee, maar het kon het moeilijk hebben rond de evenaar en bij Batavia.
Na verloop van tijd kwam er 'de Kermisvloot' bij. Deze vertrok in September. Uiteindelijk vertrokken er het hele jaar door vloten.