|
Als ze iets te vroeg naar Noordelijke richting draaiden, konden ze bijvoorbeeld
op Sumatra belanden. Het was van daar uit erg moeilijk om alsnog in de goede
richting te komen.
Er waren in het begin twee soorten vloten.
1. De Kerstvloot
2. De Paasvloot
Iedere vloot vertrok in een groep van twee tot vijf schepen. De reis duurde
ongeveer acht maanden.
De kerstvloot vertrok in december/januari. Dit had als nadeel dat het
weer op de Noordzee meestal slecht was. Het eerste voordeel was dat ze
de evenaar passeerden met de 'Noordoostpassaat'
in de rug, waardoor ze Batavia sneller bereikten. Het tweede voordel was
dat de vloot net na de slachtmaand vertrok, waardoor het vlees aan boord
nog vers was.
De Paasvloot had minder problemen op de Noordzee, maar het kon het moeilijk
hebben rond de evenaar en bij Batavia.
Na verloop van tijd kwam er 'de Kermisvloot' bij. Deze vertrok in September.
Uiteindelijk vertrokken er het hele jaar door vloten.
|