|
|
Navigatie-Instrumenten oordat
je als stuurman of schipper een reis mocht gaan maken kreeg je eerst een
opleiding om te leren hoe je je weg moest vinden op zee. Men kreeg een
set landkaarten en allerlei navigatie-instrumenten, zoals een kompas een
log, een zandloper en een graadstok.
Het belangrijkste van alles waren de Kaarten. Een kaart voor op de volle
zee noemde men een overzeiler en een kaart voor de kusten een paskaart.
Op de kaarten tekende de schipper elke dag aan waar hij dacht te zijn.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
"Van Streek Zijn"
Een streek is het 32ste deel van de kompasroos, waarnaar de winden worden
benoemd (noordwest, zuidoost). Raakte vroeger een zeeman "van streek"
dan was hij dus de richting op zee kwijt, doordat het kompas verdraaid of
van pen was.
Zo kreeg het de algemene betekenis, de richting kwijt zijn, in de war zijn
|
|
|
|
|