VOC Logo
Navigatie

Navigatie-Instrumenten

Letter Voordat je als stuurman of schipper een reis mocht gaan maken kreeg je eerst een opleiding om te leren hoe je je weg moest vinden op zee. Men kreeg een set landkaarten en allerlei navigatie-instrumenten, zoals een kompas een log, een zandloper en een graadstok. Het belangrijkste van alles waren de Kaarten. Een kaart voor op de volle zee noemde men een overzeiler en een kaart voor de kusten een paskaart. Op de kaarten tekende de schipper elke dag aan waar hij dacht te zijn.

Sextant
Sextant, intrument om hoogte van zon en sterren te meten
Kompas
Kompas

Het kompas werd gebruikt te zien in welke richting het schip voer, maar ze waren niet altijd even nauwkeurig. Met de log en de zandloper werd de snelheid van het schip gemeten.
Door de hoogte van de sterren te meten met een graadstok ook wel octant genoemd werd bepaald wat de noord-zuid positie van het schip was.
Toch was er een flinke dosis geluk nodig om bij Batavia aan te komen.

"Van Streek Zijn"
Een streek is het 32ste deel van de kompasroos, waarnaar de winden worden benoemd (noordwest, zuidoost). Raakte vroeger een zeeman "van streek" dan was hij dus de richting op zee kwijt, doordat het kompas verdraaid of van pen was.
Zo kreeg het de algemene betekenis, de richting kwijt zijn, in de war zijn