![]() |
||||||||||||||
| Handel | ||||||||||||||
Handel
|
||||||||||||||
Een van de Handelspassen voor Japan |
||||||||||||||
|
De Nederlanders waren de enigen die in Japan handel mochten drijven. Hier stond tegenover dat een groep Nederlanders zich op een klein eiland moest vestigen, dat ze niet mochten verlaten. Zij hadden alleen maar contact met koelies, tolken en prostituees. Verder had de VOC het alleenrecht op de handel van foelie en nootmuskaat. Deze specerijen groeiden alleen op de Banda-eilanden. Toen werd ontdekt dat de Bandanezen ook handel dreven met andere landen, heeft Jan Pieterz. Coen een groot gedeelte van de bevolking laten uitmoorden. Men legde muskaatplantages aan die werden beheerd en bewerkt door slaven en kolonisten. De hele oogst werd tegen een vaste prijs aan de VOC geleverd. Kruidnagelen waren zeer geliefd. Ze groeiden echter op weinig plaatsen, daarom werd de bevolking gestimuleerd om kruidnagelen te kweken. |
||||||||||||||
Nederlandse Handelsnederzetting op Deshima |
||||||||||||||
| De bewoners van Ambon, Ceram en andere eilanden van de Molukken beloofden dat ze alleen kruidnagelen aan de VOC zouden leveren, maar ook zij leverden aan andere landen. De kruidnagelteelt werd geconcentreerd op Ambon, dit was het enige eiland dat ze onder controle hadden. Met harde maatregelen werden de Portugezen, Spanjaarden en Engelsen teruggedreven. Na een hele lange strijd had de VOC eindelijk een belangrijke monopolie in kruidnagelen, waarmee de hele Europese markt kon worden voorzien. Verder verkregen de Nederlanders een kaneelmonopolie en hadden een groot aandeel in de handel van peper. | ||||||||||||||
Specerijen |
||||||||||||||