Zoek de site      e-Mail       English version
1.De evolutie theorie
1.Het principe van de evolutie
2.Theoriën en theoretici
2. Het verleden
3.Argumenten
4.De toekomst
5.Discussion Forum
6.Chat room

Het principe van de evolutie


DNA (desoxyribonucleïnezuur)
Het principe van de evolutie

DNA (desoxyribonucleïnezuur)

Een DNA molecuul
fig. 1.1.1:
Een DNA molecuul

DNA is één langgerekt, spiraalvormig molecuul. Een DNA-molecuul is opgebouwd uit twee ketens van afwisselend een fosfaatgroep en een suiker (desoxyribose). Aan elke suiker is een stikstofbase gekoppeld. De stikstofbasen van de twee ketens zijn twee aan twee met elkaar verbonden. Er zijn vier stikstofbasen: adenine (A), thymine (T), cytosine (C) en guanine (G). In een DNA-molecuul zijn steeds de basen A en T aan elkaar gekoppeld, evenals de basen C en G. Deze basen vormen vaste paren. Eén stikstofbase, één fosfaatgroep en één suiker vormen samen een nucleotide. Een DNA-molecuul bestaat uit twee ketens van miljoenen nucleotiden. De nucleotidenketens in een DNA-molecuul zijn spiraalsgewijs om elkaar gewonden.

In de volgorde waarin de stikstofbasen in een DNA-molecuul achter elkaar zijn gerangschikt, kan soms een plotselinge verandering optreden. Hierdoor kan een gen veranderen. Een gen of erffactor is een deel van een DNA-molecuul dat de informatie bevat voor één erfelijke eigenschap. Zo een verandering wordt een mutatie genoemd. Een individu waarbij een mutatie tot uiting komt in het uiterlijk, wordt een mutant genoemd.

Het principe van de evolutie

Simpel gezien is DNA de code die elke cel in een organisme bevat en die de eigenschappen van een organisme bepalen. Bij de voortplanting worden de eigenschappen van de ouders doorgegeven aan het nageslacht. Als een zaadcel van bijvoorbeeld een mens, met de code van de vader, samensmelt met een eicel, met de code van de moeder, worden de codes aan elkaar geplakt tot een nieuwe code van het kind. Als in die codes 'letters' veranderen en er nieuwe soorten letters ontstaan, ontstaan er dus nieuwe eigenschappen. Die veranderingen in de letters worden mutaties genoemd. Mutaties veroorzaken dus overerfbare veranderingen in een soort. Mutaties kunnen gunstig en ongunstig zijn. Gunstige mutaties maken in het algemeen een organisme sterker. Een gunstig gemuteerd organisme is beter aangepast aan zijn leefmilieu. Als de mutaties gunstig zijn, zullen de mutanten zich makkelijker voortplanten dan de oorspronkelijke soort. Uiteindelijk zal de oorspronkelijke soort uitsterven en is de soort geëvolueerd. Dit is het principe van het overleven van de sterkste (survival of the fittest) en natuurlijke selectie. De meeste mutaties zijn ongunstig en kunnen een vernietigend effect hebben op de soort.


Vorige - Begin - Volgende


© 1999 Team 26070 Thinkquest. All rights reserved.