Hier wordt wat verteld over de het spel hockey. Hier onder even wat er allemaal op deze pagina staat: Een veldhockeywedstrijd duurt twee keer 35 minuten en wordt geleid door twee scheidsrechters. Een wedstrijd wordt begonnen en ook hervat, na rust, maar ook na het maken van een doelpunt, met een beginslag vanaf het midden van het veld. Voor aanvang van de wedstrijd tossen beide aanvoerders om de beginslag of om de speelrichting. Bij de hervatting van het spel na rust wordt van speelhelft gewisseld en neemt de andere partij de afslag.
Het speelveld is rechthoekig, 91 meter lang en 55 meter breed. De grenzen zijn afgebakend met lijnen die 7,5 cm breed zijn. De lange lijnen heten zijlijnen en de korte lijnen achterlijnen, inbegrepen het deel van de lijn tussen de doelpalen, dat doellijn wordt genoemd. Op het speelveld zijn een middenlijn en twee 23 meter lijnen aangebracht. Voor het midden van elk doel bevindt zich een stip met een diameter van 15 centimeter ten behoeve van de strafslag. De cirkellijn behoort tot de cirkel; daarom is de bal in de cirkel zodra enig deel van de bal op of boven een lijn of de rest van het cirkelgebied is. Ballen zijn door de eeuwen heen aanzienlijk veranderd.
Nam men in de beginfase van de hockeysport genoegen met
alles dat rond was en waartegen je kon slaan, nu zijn
alleen echte ballen maar goed genoeg. Omstreeks 1950
speelde men met kurken ballen of met ballen van
paardenhaar omgeven door kurk of leer. Tegenwoordig
hebben we allerlei lederen en kunstof ballen al of niet
gevuld om aan het noodzakelijke gewicht te komen. Het belangrijkste attribuut van de hockeyspeler is de
stick. De oudste sticks waren vreselijk hard en werden
uit één stuk gemaakt en waren erg stug. Sticks die
laater werden gemaakt van het soepele hulst, hebben
bijgedragen aan klappen over grotere afstand. |