Source: AMERICAN PRACTICAL NAVIGATOR door Bowditch. Beau-
fort
nummerknopen mi h-1 m s-1 km h-1 zeemans termen World Meteoro-
logical Organi-
zation
(1964)Effecten op zee Effecten boven land 0 <<1 <<1 0,0-0,2 <<1 Stilte Windstil Zee als 'n spiegel. Kalm; rook stijgt recht omhoog. 1 1-3 1-3 0,3-1,5 1-5 Flauw en stil Windstil Rimpels met een geschubd uiterlijk; geen schuimkoppen. Rook geeft windrichting aan; windvanen bewegen niet. 2 4-7 4-7 1,6-3,3 6-11 Flauwe koelte Zwakke wind Kleine golfjes; glazige kopjes, niet brekend. Wind op gezicht voelbaar; blaadjes ritselen; windvanen beginnen te bewegen. 3 7-10 8-12 3,4-5,4 12-19 Lichte koelte Matige wind Grote golfjes; kopjes beginnen te breken; hier en daar schuimkopjes. Bladeren, twijgjes constant in beweging; lichte vlaggen wapperen. 4 11-16 13-18 5,5-7,9 20-28 Matige koelte Matige wind Kleine golven, worden langer; meerdere schuimkoppen. Stof, blaadjes en los papier dwarrelen op; takjes bewegen. 5 17-21 19-24 8,0-10,7 29-38 Frisse bries Vrij krachtige wind Matige golven, worden langer; veel schuimkoppen; opwaaiend schuim. Kleine bomen met loof beginnen te zwaaien. 6 22-27 25-31 10,8-13,8 39-49 Stijve bries Krachtige wind Grotere golven vormen zich; schuimkoppen overal; meer nevel. Grote takken van bomen bewegen; wind fluit langs draden. 7 28-33 32-38 13,9-17,1 50-61 Harde wind Harde wind Zee hoopt zich op; wit schuim van brekende golven wordt in banen geblazen. Hele bomen bewegen; weerstand bij het tegen de wind in lopen. 8 34-40 39-46 17,2-20,7 62-74 Stormachtige wind Stormachtige wind Redelijk hoge golven van grotere lengte;de golftoppen waaien af, goed ontwikkelde schuimstrepen Twijgen en kleine takken breken af; voortgang wordt bemoeilijkt.
