Tibetaans landschap
Het landschap van Tibet is erg gevariëreerd in tegenstelling tot wat
men meestal denkt. Tibet, ook wel het dak van de Wereld genoemd, heeft een
gemiddelde hoogte van 4000 meter boven zee niveau. Het gebied bestaat uit
besneeuwde bergen, stromende rivieren, berg meren, graslanden en valleien.
In het noorden worden de
natuurlijke grenzen gevormd door grasland, in het zuiden door graanvelden, in
het westen door het tafelland en in het oosten door de grote rivieren.
Tibet wordt omgeven door bergen. Het Tanggula gebergte in het noorden, de
Himalayas in het zuiden, het Henduan gebergte in het oosten, het Kunlun
gebergte in het westen en de Nyainqentanglha en Kangdese gebergten in centraal
Tibet. Veel bergen zijn bedekt met eeuwige sneeuw.
Wolken en mist zijn rijkelijk aanwezig in het landschap. Ze kruipen tussen de
bergtoppen en blijven in de valleien hangen.
In zuidwesten vindt men een deel van de Himalaya's met onder andere de
Qomolangma (de Mount Everest). Er zijn veel gletsjers te vinden op de
Qomolangma. Rongbo is daarvan de grootste. Er zijn veel ijs formaties te vinden
in de vorm van paddestoelen, tafels, bruggen, pilaren etc. De Qomolangma en de
Xixabangma hebben indrukwekkende en spectaculaire ijsvormen. Ook is daar het
Kantisa-gebergte met de gemiddelde hoogte van 6000 meter. In midden Tibet ligt
het Tangla-gebergte met de gemiddelde hoogte van 4500 meter. In het noorden is
het erg koud, daar vinden we ook gletsjers. In het zuiden liggen de
Hengduan-ketens die erg bijzonder zijn, omdat ze in de richting noord-zuid
lopen.
Vooral in Noord-Tibet vind je
veel graslanden, waar veel schapen en runderen rondlopen. Het gebied ten zuiden
van de Yangtze wordt het land van de overvloed genoemd vanwege het milde
klimaat. Hier wordt veel aan landbouw gedaan, er wordt o.a. hooglandgerst
verbouwd wat de basis is van het Tibetaanse voedsel.
In sommige delen van Tibet vindt men oerwouden, vooral in het oosten. Hier
komen ook veel soorten dieren en planten voor. Zoals tijgers, lynxen,
luipaarden, oerang-utangs, beren, wolven, herten, wilde paarden en ossen,
vossen en antilopen. Sommigen worden met uitsterven bedreigt aangezien ze
producten leveren die geneeskrachtig zouden zijn.
Op grote hoogten zijn er strenge winters, maar in feite heeft Tibet een vrij
droog klimaat, waar de temperatuur in de zomer ook flink kan oplopen.
Er zijn meer dan 20 rivieren die elk meer dan 10.000 vierkante kilometer groot
zijn. Verder zijn er meer dan 100 rivieren die drainage systemen hebben van
2000 vierkante kilometer. Er zijn meer dan 1500 meren met een totale
oppervlakte van 24.183 vierkante kilometer.
De grootste meren zijn de Nam Tso, Seling Tso, Yang cho Tso en de Tangra Tso,
waar veel vis in zit.
De bergmeren bestaan voor een groot deel uit gesmolten sneeuw uit de bergen.
Nam Tso is het grootste heilige meer en ligt in Noord-Tibet. Het meer bevindt
zich op 4718 meter boven
zeeniveau. Het is 1920
vierkante kilometer groot en het bevat kristal blauw water.
Het water is zo helder, dat je 10 tot 14 meter diep kunt kijken. Het hoogst
gelegen meer ligt in Ngari. De langste rivier wordt Yarlung Zangbo Rivier
(Sneeuwwater van de hoge bergen) genoemd. Enkele bijnamen van de rivier zijn
'Wieg van Tibet' of 'Moeder Rivier'. Het water uit deze rivier komt van de
Gyaimanezong gletsjer in het Zongba gebied in het noorden aan de voet van de
Himalayas. Deze rivier vormt China's 'Grand Canyon'. Het is een gigantische
hoefijzer vormige Canyon van 4943 kilometer. Het is de langste en grootste
Canyon in zijn soort.