China and Tibet
De inval
Na jarenlange onrust werd China een Volksrepubliek met de communistische Mao
Tse Toeng aan het hoofd. Niet lang daarna werd aangekondigd dat ze de
buurlanden Taiwan en Tibet wilden bevrijden.
In die tijd werd Tibet geregeerd door een regent, omdat de Dalai Lama nog niet
oud genoeg was. Vlak ervoor was de oorspronkelijke regent, Reting Rinpoche uit
zijn ambt ontzet, omdat hij in opspraak was geraakt wegens corruptie. Ook de
volgende regent, Taktra Rinpoche liet corruptie toe, enkele dagen van geweld
waren het gevolg. Ongelukkigerwijs viel dit samen met de hernieuwde machtslust
van China.
Zo kwam het dat Tibet slecht voorbereid was op aanvallen vanuit China. Tibet
was een vredelievend land dat niet hield van vechten, ze hadden dan wel een
leger, maar dat was zo slecht dat ze geen partij waren voor het rode Chinese
leger. Ze kregen ook geen hulp van de
Verenigde Naties, aangezien het land
jaren lang in een isolement had geleefd. Een deel van het rode
'bevrijdingsleger' trok eerst Oost-Tibet binnen, waar het de stad Dengkok
innam. Hier behaalde Tibet haar enige overwinning. Grote groepen
Khampa's bevrijdden de stad. Niet veel later
werd door een veel groter deel van het leger de stad en heel Chamdo heroverd.
Dit begon op 7 oktober 1950. De gouverneur van dit gebied, Ngabo besloot zich
over te geven, zonder toestemming van Lhasa.
Ondanks protesten vanuit India ging het leger op weg naar Lhasa.
Nu werd pas echt de ernst van de zaak ingezien en de regering riep de hulp in
van het Gadong orakel. Deze zei dat de Dalai Lama nu koning
moest worden. Tenzin Gyatso werd dus op 15-jarige leeftijd, op 17 november 1950
de 14de Dalai Lama van Tibet.
Ondanks dit werd Tibet toch bezet door China, nadat er duizenden mensen
vermoordt waren.
De Chinese bezetting
Volgens de Chinezen wilden ze alleen maar helpen met de modernisering,
maar het werd al snel duidelijk dat het allemaal uit eigenbelang was. Ze wilden
de Tibetaanse taal, cultuur en religie vernietigen en Tibet zo onder de Chinese
macht brengen. De eerste ernstige hongersnood vond plaats door de toestroom van
Chinese soldaten en er was geen enkel land dat Tibet wilde steunen, ondanks de
gruwelijkheden die steeds weer aan het licht kwamen. Uiteindelijk besloot de
Dalai Lama te vluchten en in India in ballingschap te leven.
Nu werden de Tibetanen zich er daadwerkelijk van bewust wat er gaande was. De
onderdrukkers werden aangevallen, maar ze waren veel sterker en na een tijdje
was het verzet neergeslagen. Nu begon de vernietiging van de cultuur, taal en
religie pas goed. De Tibetanen werden openlijk gediscrimineerd en de
mensenrechten werden steeds vaker overtreden. Toen de Rode Garde naar Tibet
kwam, ontstonden ruzies tussen verschillende Chinese fronten, waar vooral de
Tibetanen de dupe van werden.
Mensen die niet konden aanvaarden wat er in hun land gebeurde en zich
verzetten, werden gevangen gezet, boeddhistische geschriften,
fresco's en heilige gebouwen werden vernietigd en verbrand,
religieuze geschriften werden als wc-papier gebruikt, nonnen en monniken werden
gedwongen heilige voorwerpen te vertrappen, ze moesten elkaar slaan als iemand
weigerde mee te doen, traditionele vlechten in het haar werden afgeknipt, alles
wat Tibetaans was werd kort en klein geslagen. Mensen moesten hun eigen familie
mishandelen en hun eigen graf graven. Vrouwen werden verkracht en bij zwangere
vrouwen werd abortus gepleegd en anderen werden gedwongen gesteriliseerd. In
gevangenissen werden mensen gemarteld, men werd in concentratiekampen gestopt.
Dit is nog maar een kleine greep uit de wreedheden.
Toen de toestand gestabiliseerd was, wilden de Chinezen tarwe laten verbouwen
omdat ze dat lekkerder vonden. Alleen kregen de Tibetanen slechte meststoffen
en was het klimaat niet geschikt voor tarwe. Als de streefgetallen niet werden
gehaald, werd er gestraft. Ondertussen gingen de vernietiging van de cultuur en
de martelingen in de concentratiekampen gewoon door.
In de jaren tachtig was er vrijwel niets meer over van de Tibetaanse cultuur en
natuur. Ook constateerden Amerikaanse satellieten dat er een Chinese raketbasis
in Tibet werd geplaatst.
Ook tegenwoordig is Tibet nog een bezet land, waar het Tibetaanse volk een
minderheidsgroep is.
Het oorspronkelijke geloof mag weer worden beoefend en een derde van de
kloosters is geheel of gedeeltelijk herbouwd. De onderdrukking is nu vooral op
bureaucratisch niveau. Monniken moeten papieren tekenen waarin ze bevestigen
dat ze trouw zijn aan het regime en ze moeten op heropvoedingcursus. Sommige
religieuze leiders fungeerden als spionnen. Voor gewone mensen is het verboden
om het regime te bekritiseren.
Het chinese leger