Tibetaanse regering en geschiedenis

Volgens de legende (vijfde eeuw voor Chr.) daalde de eerste Tibetaanse koning, Nyatri Tsenpo vanuit de hemel neer aan een touw in de buurt van Tsetang in de Yarlung vallei. Hij verliet de aarde weer via hetzelfde touw aan het einde van zijn leven. Voor zijn opvolgers geldde hetzelfde. De 6e koning werd gedood door een sterveling. Sindsdien moeten de koningen leven en sterven op aarde.
De eerste koningen van Tibet waren de hoofdmannen van de stammen van de Yarlung vallei. Nyatri Tsenpo leefde waarschijnlijk in de vijfde eeuw na Chr. Na hem volgden nog vele Yarlung vallei koningen.
De 32e koning, Namri Songsten, was de overwinnaar van de rivalerende stamhoofden. Hij regeerde over centraal Tibet. Hij heeft vele aanvallen uitgevoerd op stammen over de Chinese grens. De SUI Dynastie noemde hem de Commandant van 100.000 Soldaten.
Tibet werd een machtig rijk onder zijn zoon Songsten Gampo. Zijn rijk strekte zich uit over geheel Tibet, delen van India, Nepal, Sikkem, Bhutan en China. Hij trouwde met een Nepalese prinses en een Chinese prinses, om de betrekkingen met Nepal en China te verbeteren. Deze 2 bruiden waren Boeddhisten. De trouw voor hun geloof leidde tot de bekering van de koning tot het Boeddhisme. Songsten staat bekend als de koning die Tibet tot Boeddhisme bracht. Hij werd de eerste religieuze koning genoemd. Songsten wees Lhasa aan als hoofdstad. Onder zijn bewind werden de Jokhang en Ramoche tempels gebouwd. Ook werd er een Tibetaanse alfabet en schrift gemaakt om de Boeddhistische geschriften de vertalen van het Sanskriet in het Tibetaans.
De tweede religieuze koning, Trisong Detsen, nodigde Boeddhistische monniken, Santarakshita en Padmasambhava (Guru Rinpoche), uit om les te geven in Tibet. Het eerste klooster en de eerste universiteit, Samye, werden opgericht. Zij zegenden de eerste monniken in en hielden zich voornamelijk bezig met het vertalen.
potalaRapalchen, de derde religieuze koning sloot vrede met de Chinezen. Dit verdrag uitgehouwen in steen ligt voor de Jokang tempel. Zijn broer, Langdarma, bekend als de 42e Yarlung koning, maakte een einde aan de rij religieuze koningen. Hij was tegen het Boeddhisme. Hij vernietigde bijna het gehele Boeddhisme in Tibet. Kloosters en boeken moesten het ontgelden. Hij werd afgezet door monniken in 842.
Tibet viel in kleine delen uit een onder leiderschap van stamhoofden en monniken. Er werden drie koninkrijkjes gesticht. : Purang, Rutok en Guge. Uiteindelijk zorgde de leider van Guge, Yeshe O, een monnik en de Indiase meester Atisha, voor een geweldige opleving van het Boeddhisme. Yeshe O had er veel voor over dat Atisha naar Tibet kwam; toen Yeshe O gevangen werd genomen door Turkse spionnen werd zijn gewicht in goud door de ontvoerders geëist. Yeshe O besloot dat dat bedrag niet moest worden gebruikt om hem te redden, maar om Atisha naar Tibet te halen. Veel van de Tibetaanse kloosters werden in die tijd gebouwd. Deze periode wordt ook wel de "2e verspreiding van de leer" genoemd. Er ontstaan verschillende sekten of richtingen binnen het Boeddhisme. De eerste sekte, Nyingmapa werd opgericht door Padmasambhave en stamt uit de 8ste eeuw. De geleerde Marpa richtte de sekte Kagyupa op. Deze beide sektes worden ook wel de 'Rood mutsen' genoemd. De student Gampopa richtte de karmapa sekte op, welke afgeleid was van de Kagyupa. De Sakyapa sekte ontstond in 1073 in het Sakya klooster. Deze zou de sekte zijn die de meeste invloed zou uitoefenen in de komende jaren.
Tibet werd weer een land toen de Mongolen West-China en Noord-Tibet binnenvielen. Genghis Khan en zijn kleinzoon Godan Khan leidden deze invasie.
Godan Khan, nodigde in 1247, Sakya Pandita, de abt van het Sakya klooster uit. Sakya had zoveel invloed op Godan dat hij plaatsvervangende koning, of de konings vertegenwoordiger werd wat betreft de regio Tibet. Dit was het begin van de begunstiger-geestelijke relatie, genaamd Yoncha.
Ook de zoon van Godan, Kublai Khan, steunde dit verbond. Hij gaf de neef van de abt van Sakya, Phagpa, de titel heerser over Tibet. Toen Kublai Khan bekeerde tot het Boeddhisme en dit ook tot de hoofdgodsdienst maakte in Mongolië, was Tibet verzekerd van bescherming van deze leider.
De andere religieuze sekten van Tibet begonnen jaloers te worden op de lama's van Sakyapa die zulke machtige posities innamen.
De Mongolen vielen China aan in 1280 en richtten de Yuan Dynastie op. Na een tijdje verloren zij echter hun grip op China, wat ook de positie van de Sakyapa lama's verzwakte. De Kagyupa sekte begon een Dynastie met aan het hoofd de monnik Changechub Gyaltsen. Deze sekte vocht tegen de Sakyapas en versloeg ze dan ook in 1354, wat het einde betekende van hun macht. Changechub en zijn elf opvolgers regeerden de volgende tachtig jaar over Tibet.
In 1365 werden de Mongolen overwonnen door de Chinezen. Dit was het begin van de Ming Dynastie. Het Mongoolse rijk viel in tweeen en dit betekende het einde van de begunstiger-geestelijke relatie tussen de Mongoolse heersers en de Tibetaanse Lama's.
Changchub Gyaltsen probeerde alle Mongoolse invloeden te vernietigen en het land volstrekt Tibetaans te maken. Leden van de regering moesten weer de traditionele kleding dragen. Er werd een nieuw belasting systeem ontwikkeld en er werd een nieuwe versie van de grondwet gemaakt. Er werd nieuwe literatuur geschreven om de oude gebruiken weer op te rakelen en de spirituele tradities te vernieuwen.
Er werden nu twee machtsverhoudingen uitgevochten. Verschillende sekten wilden allemaal het leidende klooster orde zijn. En ook de edelen uit centraal Tibet wilden elkaar overheersen. Tsong Khapa was een monnik die was belast met politieke problemen en het feit dat vele monniken de algemene waarden en normen uit het oog verloren. Deze monnik streefde goed moraal en absolute discipline en leer na. Hij was de grondlegger van het Ganden klooster.
Tsong vormde de Gelukpa sekte. Ze worden ook wel de 'Geel mutsen' genoemd. Tsong's neef, Gedun Drup, richtte het Tashilhunpo klooster op in 1445 en hij werd geëerd als de eerste Dalai Lama.
Een Tsang prinses nam in 1435 de macht over van de Kagyupa monniken. Zij regeerde tot 1565 en daarna heersden nog vier Tsang koningen over Tibet.
De derde abt van het Drepung klooster, Sonam Gyatso, was de leider van de Gelukpa sekte. Altan Khan, Kublai Khan's achter kleinzoon bekeerde tot het Boeddhisme door Sonam's invloed. Altan gaf hem de titel Dalai lama, wat 'Oceaan van de Wijsheid' betekent.
Er was alweer een verbond tussen een Mongoolse leider en een Tibetaanse Lama. Dit verbond baarde de Tsang koningen zorgen, omdat het een monnik van de Gelukpa sekte was.
Toen het verbond verslechterde en Altan Khan's kleinzoon de nieuwe Dalai Lama werd, werd de situatie er niet beter op.
In 1611 viel de Tsang koning de Drepung en Sera kloosters aan. De jonge Dalai Lama moest vluchtten en stierf vijf jaar later. Mogelijk door vergiftiging. Gushri Khan viel in 1642 Tibet binnen en versloeg de huidige koning. De vijfde Dalai Lama was zijn bondgenoot en is als de grootste leider de Tibetaanse geschiedenis ingegaan. Zijn naam was Ngawang Lobsang Gyatso. Zijn bijnaam de Grote Vijfde. Hij zorgde voor de eenwording van Tibet, door de sanering van koninkrijken in het verre westen tot Kham in het westen. Dit alles met de hulp van Gushri Khan.
De Grote Vijfde wees Lhasa weer als hoofdstad aan. Hij breidde het Potala Paleis uit en bleef daar wonen. Hij ontwikkelde een regeringssysteem dat stand hield tot 1959. Monniken en leden van de Tibetaanse adel werden zijn ministers en adviseurs. Er werden gouverneurs benoemd en over het land verspreidt om de mensen in de gaten te houden en belastingen te innen. De Gelukpa kloosters Ganden, Sera en Drepung werden uitgebreid en vele andere kloosters werden gebouwd of gerenoveerd. De Grote Vijfde was erg intelligent en hij schreef een aantal veelbetekende contracten en overeenkomsten.
China's Ming Dynastie viel kort nadat de vijfde Dalai Lama de troon besteeg. China werd opnieuw aangevallen, maar dit keer door de Manchus, uit de Manchuria regio in het noordoosten van China. De Manchus begon de Qing dynastie in 1644.
In 1682 stierf de vijfde Dalai Lama en een jongen werd aangewezen als de zesde Dalai Lama, maar eerst werd Tibet nog geregeerd door Sangye Gyatso. De dood van de vijfde Dalai lama werd dertien jaar lang geheim gehouden voor China, door te zeggen dat de Dalai Lama bezig was met een lange meditatie.
De zesde Dalai Lama was een slechte leider. Zodoende was Tibet een makkelijk doel geworden voor aanvallen van de Manchus en de Mongolen, welke beiden grootmachten waren in Azië in die tijd. Lhabzang Khan, een Mongoolse prins, werd door de Chinese Manchu heerser Kangxi aangezet tot een aanval op Tibet in 1706. De regent en rechterhand van de Dalai Lama werd vermoord, en ook de Dalai Lama stierf op mysterieuze wijze.
Lhabzang nam zijn plaats in. Een groep Mongolen was verontwaardigd over de dood van de Dalai Lama en vielen Lhasa in 1717 aan en vermoorden Lhabzang. De Chinese heerser Kangxi viel met een leger Tibet binnen, joeg de Mongolen het land uit, onttroonde de zevende Dalai Lama en verklaarde dat Tibet vanaf dat moment onder bescherming stond van China. In 1720 werd er een Manchu troep in Lhasa gestationeerd en Manchu vertegenwoordigers, ambans genoemd, werden in de Dalai Lama's regering geplaatst.
Nadat in 1757 de zevende Dalai Lama stierf werd de titel van regent een officiële regering positie. De negende tot en met de twaalfde Dalai Lama stierven allemaal voordat ze te oud werden om te regeren. Het gevolg hiervan was dat Tibet tot laat in de 19de voornamelijk werd geregeerd door regenten.
Tibet werd in 1788 aangevallen door de Gurkha strijders uit Nepal. De Chinezen hielpen om ze te weren.
Na deze inval werd Tibet gesloten voor alle buitenstanders. Het was ook de laatste keer dat de Manchus betrokken waren bij Tibetaanse zaken.
Het koninkrijk van Jammu, wat nu deel uitmaakt van India, was in 1841 en 1842 in conflict met Tibet. Ook Nepal zorgde weer voor onrust die een jaar duurde, totdat Tibet overeenkomsten tekende met beide groepen.

Oorlog met Groot Brittanië

Groot Brittanië raakte geïnteresseerd in Tibet wegens handels mogelijkheden. Omdat Groot Brittanië dacht dat de Sovjet Unie een afspraak wilde maken met Tibet, werden er troepen naar Tibet getransporteerd onder leiding van kolonel Francis Younghusband. De dertiende Dalai Lama vluchtte op zevenentwintig-jarige leeftijd naar Mongolië. Het Britse leger vermoordde zeshonderd slecht bewapende Tibetanen. In 1907 kwam de Dalai Lama terug naar Tibet, waar er nu vrije handel werd bediscussieerd.
De Manchus viel in 1910 opnieuw Tibet binnen. Dit keer trok de Dalai Lama zich terug in India onder bescherming van de Britten. De Chinese Republikeinse Revolutie maakt een einde aan de Qing Dynastie in 1911. Op deze manier was Tibet alle Manchu troepen en ambans kwijt. In 1913 keerde de Dalai Lama terug naar Tibet.

Modernisering

Thupten Gyatso, de dertiende Dalai Lama, werd Tibet's grootste hervormer sinds de Grote Vijfde. De geschiedenis had uitgewezen dat Tibet zichzelf niet goed kon verdedigen. Yuan Shikai, China's nieuwe president wilde Tibet behouden maar toch vreedzame relatie onderhouden. Hij verontschuldigde zich bij de Dalai Lama over de Manchus en zei dat de Dalai Lama zijn positie kon behouden.
De Dalai Lama zei dat hij al Dalai Lama was en niet geïnteresseerd in beloften van China, want hij wilde zich concentreren op Tibet. Tibet verklaarde namelijk onafhankelijk te zijn en brengt een eigen vlag, geld, paspoorten en postzegels in omloop.
In 1913 organiserenpotala de Britten de Simla Conferentie in hoop een overeenstemming te bereiken wat betreft de relatie tussen Tibet en China. China weigert een contract te ondertekenen. Vele andere zaken volgden maar daar werd geen overeenstemming over bereikt, bijvoorbeeld waar de grens lag tussen China en Tibet. China had namelijk al de Tibetaanse provincies Amdo en Kham gesaneerd. Maar door de conferentie leidde in elk geval wel tot de exacte grens tussen India en Tibet.
De Dalai Lama organiseerde een leger met behulp van Groot Brittanië. Dit leger had moderne wapens en een moderne training. Er werden telegraaf lijnen aangelegd en een elektriciteitscentrale. Er werd een Engelse school opgericht in Gyantse. Er gingen zelfs enkele Tibetaanse studenten in Engeland studeren.
Nu volgden ook hervormingen wat betreft de regering. In Tibet behoorde de landbouwgrond tot grote landgoederen. Deze werden beheerd door kloosters, edelen en leden van de regering. Horigen werkten op het land en gaven een bepaald percentage van de opbrengst naar de bezitters van het land. Corruptie kwam vaak voor. De Dalai Lama zorgde ervoor dat de horigen hun eigen land konden bezitten. Hij veranderde ook de belasting regeling zodat ook de doorsnee Tibetaan een kans had om vooruit te komen. Onmenselijke straffen en corrupte hoogwaardigheidsbekleders werden uitgebannen. Deze veranderingen gingen niet zonder moeilijkheden. Monniken weigerden hun macht af te staan. Met sommige beslissingen waren bepaalde mensen het niet eens. Bijvoorbeeld over de grootte van het politie corps. Ook was er een verschil van mening over de belastingen tussen de regering en de Panchen Lama.
De dertiende Dalai Lama stierf in 1933. De modernisatie had niet genoeg tijd gehad om helemaal in te zijn geworteld. Vervoer en communicatie werden weer primitief en China was nog steeds een probleem. De Dalai Lama voorspelde voor zijn dood dat de Tibetaanse cultuur zou worden vernietigd.
In 1947 werd India zelfstandig en de Britse adviseurs vertrokken uit Tibet. Tibet had nu niemand die hen kon beschermen, dus greep China haar kans.

De Chinese Overheersing

In 1949 werd de Nationalistische regering door Mao Zedong en zijn Chinese Communistische Partij omver geworpen. Het land werd de Communistische Republiek China. Mao wees zichzelf aan als president. Tibet had een vreselijk nadeel aangezien Mao vond dat het Boeddhisme een gif was dat mensen onontwikkeld hield. Mao zei, 'macht komt van de loop van een geweer'. Dit was dan ook de macht die hij gebruikte om de situatie in Tibet onder controle te houden.
Mao's bevrijdings leger viel in oktober 1950 Tibet aan. Meer van dertig duizend troepen vielen Tibet uit zes richtingen aan. Op een leeftijd van zestien begon de veertiende Dalai Lama aan zijn bewind. China bood Tibet het zeventien-punten plan aan voor en 'vredig bevrijd Tibet' in mei 1951. Deze overeenkomst zei dat China verantwoordelijk zou zijn voor Tibet's defensie en buitenlandse zaken. De Chinezen zouden ook wegen, scholen, ziekenhuizen en nieuwe industrieën bouwen. Met andere woorden, Tibet zou haar taal en religie behouden maar zou haar politieke zelfstandigheid verliezen. De Verenigde Naties boden geen hulp, dus Tibet kon niet anders dan op geven en in te stemmen met de bevrijding.
Dit was echter niet het einde van het verzet. Guerrilla troepen lokten de Chinezen in verscheidenen hinderlagen, maar wegens het gebrek aan moderne uitrusting mislukte dit regelmatig.
De bouw van wegen en elektriciteitscentrales kwam op gang. Er werden raketinstallaties gebouwd langs de nieuwe wegen. De Tibetanen werden geacht trouw te zijn aan het Chinese Communistische systeem of ze werden mishandeld.
In 1956 kwam de Khampa stam in opstand. Ze werden daarbij geholpen door monniken. Duizenden monniken verdedigden het Litang klooster tegen een aanval. Maar ze konden niet op tegen de Chinezen.
Het Nieuwjaars feest van 1959 werd gevierd met veel vluchtelingen. Ook de rode gardisten waren aanwezig. De Dalai Lama ontving een uitnodiging om een dansvoorstelling bij te wonen op de Chinese militaire basis. Hij werd niet geacht zijn bodyguards mee te nemen. De uitnodiging zou zo gebracht zijn dat het onmogelijk was om deze af te slaan. Toen dit nieuws uitlekte kwamen vele mensen samen bij het Norbulinka zomerpaleis. Ze waren bang dat hij ontvoerd of vermoord zou worden, dat probeerden ze te verhinderen. De Chinezen bereidden zich voor op een strijd en de Tibetaanse regering verklaarde alle afspraken ongeldig. Toen de Dalai Lama de mensen probeerde te kalmeren, klonken mortier schoten. Er was geen kans op een vredig compromis. De Dalai Lama vermomde zich als een soldaat en ontvluchtte 's nachts het paleis. Hij vluchtte samen met zijn familie, volgelingen en Khampa's als gidsen naar India.
Het Norbulinka paleis werd totaal verwoest. De Chinese soldaten dachten dat de Dalai Lama dood was, maar na een tijd te hebben gezocht, kwamen ze tot de conclusie dat hij was ontsnapt. Het Potala Paleis, het Sera klooster en het Medische College werden ook beschoten. De Jokhang tempel werd gebruikt als schuilplaats maar werd ondanks dat toch gebombardeerd. Er werden meer dan acht duizend mensen gedood tijdens dit conflict.

Democratische hervormingen

Een massale uittocht begon na de opstand in Lhasa. Veel Tibetanen probeerden te vluchtten via de bergen, maar daar waren Chinese wachters geplaatst om dat te verhinderen. Velen werden gedood tijdens hun vlucht. Anderen vroren dood of stierven van de honger. Sommige mensen boden zelfs aan om vluchtelingen tegen betaling naar veilig gebied te brengen om ze daarna over te leveren aan de Chinezen voor nog een beloning. Slechts een paar honderd van de zes duizend monniken bereikten India.
De Dalai Lama bleef in Noord-India en hij en zijn adviseurs vormden de Tibetaanse regering in ballingschap. Ze wilden de Tibetaanse bevolking blijven steunen. Er werden 'Democratische hervormingen' aangekondigd door de Chinezen in Tibet. De Chinezen saneerden alles van de Tibetanen, zelfs het land. Meer dan zes duizend kloosters werden vernield. Monniken werden gevangen genomen en als arbeiders gebruikt. Kunstvoorwerpen van onschatbare waarde werden voor heel weinig geld verkocht aan Hong Kong en Japan.
Religieuze gouden en zilveren voorwerpen werden omgesmolten. En manuscripten werden verbrand. Het uitoefenen van religieuze gewoonten werd verboden.
China probeerde de Tibetaanse cultuur te vernietigen. Chinese pioniers gingen naar Tibet om daar een nieuw leven op te bouwen en alle banen op te eisen. Chinese mannen moesten met Tibetaanse vrouwen trouwen en de kinderen alleen Chinees op te voeden.
Tibetaanse boeren werden gedwongen tarwe en rijst te verbouwen in plaats van gerst. Alleen is het Tibetaanse klimaat niet geschikt voor deze gewassen, dus de oogsten mislukten met als gevolg dat de hongersnood steeg. Duizenden stierven van de honger. Bossen werden vernietigd. Zeldzame dieren werden neergeschoten als sport en om het Chinese leger te voeden. Antilopen, wilde yaks en zangvogels waren het slachtoffer van machinegeweren. Zelfs huisdieren werden gedood om de eigenaren treiteren.
China rechtvaardigden hun inval, omdat het Tibetaanse land toch al van hen was. Het Hoger Gerechtshof verklaarde dat Tibet een onafhankelijk land was en veroordeelden de Chinese invasie. Toen dit ter discussie kwam bij de Verenigde Naties resulteerde dit slechts in een zwakke resolutie om het behoud van de rechten van de mens in Tibet.
China stichtte in september 1965 de Autonome Regio Tibet. Het ergste voor Tibet moest echter nog komen.

Gevolgen voor de Cultuur

In 1966 werd door Mao Zedong de Chinese Revolutie op Tibet losgelaten. De opdracht was het vernietigen van de Tibetaanse Cultuur en de Tibetanen dwingen de Chinese gewoonten over te nemen. De Dalai Lama werd tot 'vijand van het volk' verklaard. De Tibetanen moesten hem verwerpen en anders werden ze gevangen genomen. Er was geen verzet mogelijk of men moest de consequenties er van inzien. Nonnen en monniken werden geëxecuteerd, gevangen genomen en gemarteld. Veel mensen werden in het openbaar doodgeschoten als voorbeeld voor de anderen. Dorpen werden vernietigd en de inwoners werden gekruisigd of opgehangen.
Arbeiders moesten perfecte robotten worden die gehersenspoeld waren door de Mao Communisten. Iedereen die niet aan het perfecte gedrag voldeed werd gemarteld of vermoord. Geboorte beperking was een hot item in China. Vrouwen en meisjes werden gedwongen tot sterilisatie en zwangere vrouwen tot abortus. Een Tibetaanse dokter zei dat hij getuige was van 50 a 60 abortussen per week en zelfs zuigelingen werden gedood d.m.v. dodelijke injecties.
China beweerden dat alles in Tibet geweldig was. Maar achteraf was het niets meer dan een etnische zuivering.
Na de dood van Mao in 1976 lieten de nieuwe leiders de teugels wat vieren in Tibet. De Panchen Lama werd vrijgelaten en de Dalai Lama werd uitgenodigd om weer terug te komen. De Dalai Lama stelde zich wantrouwig op tegenover deze uitnodiging. Hij stuurde er mensen op uit om te zien hoe de huidige stand van zaken was in Tibet. Tibet was verwoest. Er was bijna niets meer van over. Meer dan 1,2 miljoen Tibetanen zijn gedood sinds de inval van de Chinezen.
Deng Xiaoping was China's nieuwe leider. In 1980 stuurde hij afgevaardigden naar Tibet om te kijken of het 'experiment' had gewerkt. Er waren vele veranderingen doorgevoerd om te zorgen dat Tibet weer zo zou worden als vroeger. Men mocht weer de traditionele manier van landbouw en cultuur uitoefenen. Er werd in september 1985 een groot feest gegeven in Lhasa om te vieren dat Tibet twintig jaar een autonome regio was van China. Ter gelegenheid daarvan werden nieuwe gebouwen neergezet en de Chinese ambtenaren deelden souvenirs, horloges en thee zakjes uit.
Een klein deel van de Tibetaanse godsdienst mocht in 1985 weer worden uitgeoefend. Een aantal kloosters werden herbouwd, maar slechts een paar mensen mochten studeren om monnik te worden. Monniken hielden in september 1987 een onafhankelijkheids demonstratie in Lhasa. Een aantal mensen werden gedood en aan de protesten kwam na negen dagen een einde. De Drapchi gevangenis in Lhasa zat vol gearresteerde monniken. In maart 1988 vond er nog een demonstratie plaats met nog meer doden en arrestanten als gevolg.
De Dalai Lama stelde een nieuw voorstel op om de Chinezen tegemoet te komen. In plaats van Tibet complete zelfstandigheid te geven, Tibet de status te geven van zelf besturend Chinees gebied. Zo zou Tibet zelf haar binnenlandse zaken kunnen regelen en China zou verantwoordelijk zijn voor defensie en buitenlandse zaken. China weigerde.
De Panchen Lama had gevangen gezeten omdat hij anti-Chinees was, maar was vrijgelaten omdat men dacht dat hij van gedachten was veranderd. In januari 1989 verklaarde de Panchen Lama echter dat Tibet een te hoge prijs had betaald voor de modernisatie. Enkele dagen later was hij dood. Volgens de regering had hij een hartaanval gehad, maar veel mensen denken dat hij vergiftigd was.
In maart 1989 vonden er onafhankelijkheids acties plaats. Er werden 'slechts' zestien betogers gedood, maar de vele nonnen en monniken die deel namen aan de acties werden later bruut gemarteld. Lhasa werd daarop in staat van beleg van beleg gesteld en bijna tweeduizend mensen werden het daarop volgende jaar geëxecuteerd.
Wegens zijn toewijding wat betreft vrede en anti-geweld ontving de Dalai Lama in oktober 1989 de Nobelprijs voor de vrede. China was het niet eens met deze toekenning en beweerde dat men zich bemoeide met Chinese zaken.
De Dalai Lama probeerde in 1990 en 1993 een compromis te sluiten met China, maar opnieuw werden deze geweigerd. Dit veroorzaakte demonstraties in oktober 1991, maart 1992 en mei 1993. De hoop op een overeenkomst verdween langzaam maar zeker.

Continue Strijd

Gedun Choekyi een zes-jarige jongen werd in 1995 door de Dalai Lama benoemd als Panchen Lama. De jongen kwam uit een regio in Tibet. De Chinezen waren hier niet blij mee en verwierpen dan ook deze keuze. Volgens China waren er illegale manieren gebruikt om de jongen uit te kiezen. Hij werd naar Beijing gebracht voor onderzoek. Enkele andere gebeurtenissen volgden in 1995. Tijdens de vijftigste verjaardag van de Verenigde Naties hielden zeven Tibetanen een honger staking. De zevenentwintig-jarige non Phuntsok Nyidron en een gevangen genomen vrijheidsstrijder ontvingen een prijs voor de mensenrechten.
Het toerisme in Tibet neemt toe, maar bezoekers worden streng gecontroleerd.
Veel van China's vertegenwoordigers in Tibet zijn inmiddels overleden of oud en Deng Xiaoping heeft een dodelijke ziekte. Met andere woorden, Tibet's toekomst ziet er niet rooskleurig uit en is onzeker.

[regering in ballingschap]