Boogschieten

Hoe schieten ze nou?

Op de Olympische Spelen zagen we boogschieten voor het eerst in 1900 (toen 6 onderdelen groot). De continentale manier wordt gebruikt, elke schutter schiet één pijl (bij de Britse manier schiet elke schutter drie pijlen per keer af).

Amerikaans onderonsje

In 1904 was er weer eens een discussie of er weer eens iets (niet) goed was. Er deden toen aan boogschieten alleen maar Amerikanen mee, dus vonden sommigen dat dat niet hoorde bij de Olympische Spelen.

Waar blijven ze nou?

Als je in 1912 de boogschutters wilde zien, kon je lang wachten, want toen stond dat onderdeel niet op de lijst. Maar op de volgende Spelen, in 1920 (i.v.m. 1e WO in 1916), was er een enorme belangstelling voor, dat er zelfs 10 onderdelen werden gespeeld. Weliswaar alleen op de Belgische stijl, en aangezien daar veel landen niet van houden, namen alleen Frankrijk, Nederland en België deel. Daarna werd boogschieten van het programma geschrapt van de Olympische Spelen.

Pijltje hier, pijltje daar

In 1972 kwam boogschieten weer terug op het programma. Maar met andere onderdelen. De mannen moesten 144 pijlen afschieten, op afstanden van 90m, 70m, 50m en 30m (per deel 36). Vrouwen dezelfde aantallen op 70m, 60m, 50m en 30m. Sinds 1988 wordt er ook per team gestreden voor een titel (en de gouden plak).
Atletiek Handbal Roeien Tafeltennis Waterpolo
Basketball Hockey Ruitersport Tennis Wielrennen
Boksen Judo Schermen Turnen Worstelen
Boogschieten Kanovaren Schieten Voetbal Zeilen
Gewichtheffen Moderne vijfkamp Schoonspringen Volleybal Zwemmen