De jongens leerden op de lagere school lezen, schrijven en rekenen. Dat deden ze zittend op krukjes. Ze schreven op wasbordjes, houten bordjes met een laagje was, waar met een stylus, een scherpe schrijfstift. Het handige van die bordjes was dat je ze telkens opnieuw kon gebruiken, door de was weer glad uit te smeren. Andere schrijfmethoden die de Romeinen gebruikten:
- Met inkt op papyrus
- Met inkt op perkament
Papyrus
Papyrus was afkomstig van de papyrusplant, die op de oevers van de Nijl in Egypte groeide. Deze plant had een hoekige stengel, waar heel dunne stroken van werden gesneden. Die stroken werden langs elkaar gelegd, waarna er een tweede laag in de breedte overheen werd gedrukt. Zo ontstond een charta, een blad papyrus. Een aantal van die bladen werden aan elkaar geplakt, zodat er een boekrol, een volumen.
Perkament
Perkament was naar verhouding veel duurder dan payrus, maar het was dan ook veel langer houdbaar. Perkament werd gemaakt van speciaal behandelde dierenhuiden, voornamelijk schapenhuiden. In het begin werd van perkament net als van papyrus een boekrol gemaakt, maar in de 1e eeuw v. Chr. bedacht men de codex. De stukken perkament werden nu gevouwen en gesneden, en samen met een kaft eromheen werden ze een boek (codex).
De Middelbare School
Zoals al eerder verteld gingen de jongens van de rijkere ouders na het lagere onderwijs tot hun 15e naar de middelbare school. Daar kregen ze les van een grammaticus. Hij gaf hen onderwijs in Latijn (zie het onderdeel: Taal) en Grieks. Als de leerlingen hun eigen Latijn beter kenden en de beginselen van het Grieks ook beheersten, werden de grote schrijvers gelezen. Voor Grieks begonnen ze bijvoorbeeld met de Ilias en de Odyssee van Homerus. Vakken als Aardrijkskunde en Geschiedenis kwamen ook wel aan bod, maar alleen als de teksten uit het literatuuronderwijs daar aanleiding voor gaven. Op deze manier werden de leerlingen bekend in de Griekse wereld, en leerden ze veel over de Romeinse Geschiedenis.
De Retorenschool
Een klein en select groepje jongens uit de hoogste kringen van het rijk was voorbestemd om een belangrijke carrière in de politiek of advocatuur te maken. Deze jongens hadden rijke ouders, want de retorenschool was erg duur.
Op de retorenschool leerden ze vooral om goed in het openbaar te spreken. Daarvoor moest je je redevoering goed opbouwen, je argumenten in de goede volgorde naar voren brengen en het geheel met veel overtuigingskracht uitspreken. Belangrijke politieke toespraken moest je gedeeltelijk uit je hoofd leren, zodat je later stukken kon citeren.