Hoofdstuk 4


 


Hoofdstuk 1[2][3]


ALLEEN NOG TELLEN! TELLEN, TELLEN, EN NOG EENS TELLEN!




Telwoorden

Het is altijd handig als je tot tien kan tellen in het Latijn.

Links staan de hoofdtelwoorden en rechts de rangtelwoorden.

1unuseersteprimus
2duotweedesecundus
3tresderdetertius
4quattuorvierdequartus
5quinquevijfdequintus
6sexzesdesextus
7septemzevenseptimus
8octoachtoctavus
9novemnegennonus
10decemtiendecimus
20viginti
100centem
1000mille




Romeinse cijfers

De Romeinen gebruikten cijfers. Ze zagen er alleen heel anders uit dan onze cijfers.

Ze gebruikten eigenlijk letters als cijfers, alleen zetten zij een streepje boven de letter om zo te laten zien dat het om een cijfer ging.

1
2
3
4
5
6
7
8
9
10

We laten nu voor de rest van dit hoofdstuk het streepje boven de letters weg, want u weet toch wel dat we het over cijfers hebben.

XX20
XXX30
XL40
L50
XC90
C100
CD400
D500
CM900
M1000




Oefening

Eerst een voorbeeld: MDCXVI = 1616 en CDXLIX = 449.

Schrijf de volgende getallen in onze cijfers of in Romeinse cijfers.

1999
45
23
15
446
MCM
CCLXXII
CDXLIV
MCMXCVIII

Nakijken!




Einde les

Dit was het dan. De les is afgelopen. Wij hopen dat u het Latijn nu een beetje snapt.

Bekijk ook eens de andere onderwerpen van onze site.

Doei!




Hoofdstuk 1[2][3]