Hoofdstuk 2
| Hoofdstuk 1 | Hoofdstuk 3 [4] |
| Dit is een informative les, dus geen praktijk/vertalingen. |
| Het latijn kent natuurlijk ook het meervoud. In het vorige hoofdstuk lieten we dit zien. Hier laten we een schema zien van de 3 verbuigingsgroepen die we tot nu toe hebben behandeld, met het meervoud: |
| Groep 1 |          |          | Groep 2 |          |          | Groep 3 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Enkelvoud: | Enkelvoud: | Enkelvoud: | |||||
| nom | filia |          | nom | avus |          | nom | pater |
| acc | filiam |          | acc | avum |          | acc | patrem |
| Meervoud: | Meervoud: | Meervoud: | |||||
| nom | filiae |          | nom | avi |          | nom | patres |
| acc | filias |          | acc | avos |          | acc | patres |
|
Ancilla (slavin) en puella gaan volgens groep 1. |
| Het latijn heeft werkwoorden. Bij elk werkwoord staat in het nederlands een onderwerp, maar in het latijn soms niet. Bij het latijn kan je aan de uitgang van het werkwoord zien welke persoon het is (ik,jij,hij,enz.). Bij het latijn kan je, net zo als bij de zelfstandig naamwoorden, de werkwoorden opsplitsen in stammengroepen. Er bestaan dan 4 stammen; de A-stammen, E-stammen, I-stammen en de Medeklinkerstammen. We geven nu van elke stamgroep een werkwoord als voorbeeld met de uitgangen: |
| A-stammen | E-stammen | I-stammen | Med-stammen |
| labor-o | vide-o | audi-o | curr-o |
| labora-s | vide-s | audi-s | curr-i-s |
| labora-t | vide-t | audi-t | curr-i-t |
| labora-mus | vide-mus | audi-mus | curr-i-mus |
| labora-tis | vide-tis | audi-tis | curr-i-tis |
| labora-nt | vide-nt | audi-u-nt | curr-u-nt |
| Laborare betekent: werken. |
| Videre betekent: zien. |
| Audire betekent: horen. |
| Currere betekent: rennen. |
| Misschien is het u al opgevallen dat al de 4 groepen deze uitgangen hebben:
|
| ik | -o |
| jij | -s |
| hij/zij/het | -t |
| wij | -mus |
| jullie | -tis |
| u/zij | -nt |
| U ziet de uitzonderingen onderstreept staan. |
| In het vorige hoofdstuk heeft u het woordje est (is) vertaald. Dit woordje komt van het werkwoord esse (zijn). Het werkwoord posse is voor u nog volkomen onbekend. Het betekent 'kunnen' en is samen met 'esse' een van de weinige onregelmatige werkwoorden. We schrijven de werkwoorden 'esse' en 'posse' even uit: |
|             Esse |              Posse | ||
|---|---|---|---|
| sum | = ik ben | possum | = ik kan |
| es | = jij bent | potes | = jij kunt |
| est | = hij/zij/het is | potest | = hij/zij/het kan |
| sumus | = wij zijn | possumus | = wij kunnen |
| estis | = jullie zijn | potestis | = jullie kunnen |
| sunt | = zij zijn | possunt | = zij kunnen |
|
Door te zeggen: 'ego (ik) sum (NAAM)'. Zegt u: 'ik ben (NAAM)'.
Als u zegt: '(NAAM) laborat'. Als u wilt zeggen dat persoon A persoon B ziet moet u op een paar dingen goed letten. U moet letten op de vormen van de zelfstandig naamwoorden en u moet goed kijken wat/wie het onderwerp is en welke uitgang het werkwoord daardoor krijgt.
Stel: 'Opa ziet vader'
Als we het over meerdere opa's en vaders hebben gebeurt er dus dit: |
| Hoofdstuk 1 | Hoofdstuk 3 [4] |