Het kan niet overal ter wereld
even laat zijn, omdat de aarde
ook om z'n eigen as draait.
In het eind van de 19e eeuw
werd de wereld verdeeld
in 24 tijdzones van elk
15 graden breed,
deze worden meridianen genoemd.
De meridiaan van Greenwich,
UK, is het nulpunt
van de zonetelling en de zones
worden oostwaarts geteld
van 0 tot en met 23.
De zon passeert de meridiaan van
Greenwichom 12 uur 's middags.
In een meridiaan er naast is
het een uur vroeger
of later. Alle West-Europese
landen hebben zich aagepast
bij de Midden-Europese tijd (MET),
Behalve Groot-Brittannie en
Ierland natuurlijk, die
houden de Greenwich Mean Time (GMT)
aan. 's Zomers is er in een groot
aantal landen de zomertijd.
Bij de zomertijd komt er een uur
bij, wordt de klok naar een uur
later verzet. De tijd is nu
gelijk aan de de tijd dat het
zou moeten zijn in de zone
ernaast. (oostwaarts)
Sinds 1956 onderscheidt
men: UT0, de universal Time (UT)
of wereldtijd (WT) zoals deze
te Greenwich wordt waargenomen
(=GMT); UT1, zijnde UT0
gecorrigeerd voor
poolhoogtebewegingen; UT2,
waarin ook de invloed
van de seizoenafhankelijke
rotatieschommelingen is
gecorrigeerd.
Er blijven dan nog wel
onregelmatigheden in de
aardrotatie over die
onvoorspelbaar zijn.
Om ook deze te eliminerenis
is voor de astronomische
doeleinden de efemeridentijd
(ET) ingevoerd, met als
eenheid de lengte van het
tropisch jaar
dat begon op 0 januari
1900 om 12 uur efemeridentijd
(= 31 december 1899 om 12 uur
efemeridentijd = 12 uur GMT
op 4,5 seconden na op
31 december 1899).