Geschiedenis
Parijs dankt zijn naam aan de Gallische stam de Parisii, die woonde op een eiland in de
Seine, dat nu het Iie de la Cité heet. De Romeinen noemden de stad toen ze haar
veroverden Lutetia Parisiorum en zij construeerden een houten brug vanaf de plaats waar nu
de Notre-Dame staat naar het vasteland. In de derde eeuw, toen Parijs een bisschoppelijke
residentie en later de hoofdstad van het noordwestelijk deel van het Romeinse rijk werd,
woonden er ongeveer 6000 mensen en groeide met de welvaart de stad. In 360 werd de naam
Lutetia veranderd in die van Parijs.
In de Middeleeuwen woonde de bevolking op beide oevers van de Seine, met de Cité,
zoals het eiland vanaf 506 werd genoemd, als middelpunt. De eerste stadsprivileges kreeg
Parijs in het begin van de 12e eeuw van Louis VI. De hanze-kooplieden vormden
het belangrijkste gilde van de stad, zij kregen het vervoersmonopolie op de rivieren en
zij werden ingeschakeld bij het stadsbestuur, vandaar dat er een boot in het wapen van
Parijs voorkomt.
In 1200 werd het château fort du Louvre gebouwd op de plaats waar de verdedigingslinie
van de stad zwak was. Dat het de stad economisch gezien voor de wind ging, blijkt uit het
feit dat er aan het eind van de 13e eeuw niet minder dan 23 kerken waren,
waaronder de Notre Dame.
Tijdens de 14e eeuw waren er voortdurend moeilijkheden en opstanden, maar
tijdens het bewind van Charles V werd de stad weer danig uitgebreid en verrees er op de
noordelijke oever een nieuw verdedigingsstelsel, waar de Bastille deel van uitmaakte. In
de 15e eeuw, van 1420 tot 1436, was Parijs in handen van de Engelsen. Aan het
eind van de 15e eeuw had de stad 200.000 inwoners die geregeld in opstand
kwamen, vandaar dat de koningen bij voorkeur in hun kastelen aan de Loire verbleven.
De Franse Revolutie van 1789 zette de wereld op zijn kop, de koning werd onthoofd en
ervoor in de plaats kwam vrijheid, gelijkheid en broederschap. Maar nadat de guillotine
haar verwoestende werk had gedaan en de revolutie gedoofd, greep Napoleon via een
staatsgreep de macht en kroonde zichzelf tot keizer. Er kwam niet alleen een nieuwe
bestuursindeling die Frankrijk verdeelde in departementen, maar ook trachtte Frankrijk de
wereld te veroveren.
In 1840 had Parijs één miljoen inwoners. Opnieuw dreigde er oorlog, nu met Engeland.
De stad werd door generaal Theirs met forten versterkt en er kwam een nieuwe stadswal op
de plaats waar nu de boulevard extérieur loopt. De heuvel van Montmartre werd bij de stad
getrokken. Napoleon III gaf Haussmann opdracht de stad ingrijpend te veranderen en te
moderniseren. Hele woonwijken waar het daglicht nauwelijks kon doordringen en die berucht
waren omdat de bewoners geregeld in opstand kwamen, werden met de grond gelijk gemaakt.
In 1889, 100 jaar na de Revolutie, verrees de Eiffeltoren als symbool van eenheid van
het Franse volk, van de nieuwe tijd en van vertrouwen in de toekomst. Tot aan het begin
van deze eeuw werden de plannen van Haussmann uitgevoerd en in 1900 werd de eerste
metrolijn geopend. Tegenwoordig is Parijs een centrum van high-tech, luxe en extravagantie
dat het best wordt gekarakteriseerd door de nieuwe gebouwen die 200 jaar na de Franse
Revolutie tot stand kwamen, zoals de Opéra Bastille, La Tête de la Défense en de
Pyramide du Louvre.
|