|
| Begin Geschiedenis Werkgelegenheid Huisvesting Onderwijs Milieu Toekomst |
In de tweede helft van de 19e eeuw gingen er
veel mensen naar New York emigreren. In 1924
kwam er een wet die bepaalde hoeveel
emigranten er voor elk land per jaar mochten
komen. Tijdens de tweede wereldoorlog kwamen
veel kleurlingen vanuit het zuiden van de
Verenigde Staten naar New York. Ze hoopten op
beter werk en hogere lonen. De samenstelling
van de bevolking is zeer heterogeen. Vrijwel alle
raciale, etnische en religieuze groepen zijn
vertegenwoordigd; deze groepen zijn van
oudsher geconcentreerd in aparte delen van de
stad. De kleurlingen in Harlem, de Chinezen in
China Town, de Italianen in Little Italy en de
Portoricanen in Spanish Harlem enz. Ondanks de
anti-segregatiewetten kunnen de niet-blanken
zich nog moeilijk vestigen in de voorsteden,
hoewel hier met het ontstaan van de
zogenaamde 'nieuwe zwarte middenklasse'
verandering in lijkt te komen. De verkeers- en
vervoersvoorzieningen zijn zeer uitgebreid.
Veruit het snelste en goedkoopste vervoermiddel
is de metro (subway). Het net omvat meer dan
1100 km. Tijdens de spitsuren rijden de treinen
op de hoofdtrajecten om de minuut. En er is een
uitgebreid busnet. Central is een der grootste
spoorweg stations ter wereld. Voor 1960 is een
stelsel van radiaalwegen aangelegd, met daarin
opgenomen tal van bruggen en tunnels, vaak
alleen tegen betaling toegankelijk; na 1960
kwamen de zogenaamde Interstate Heghwaus
tot stand, die het overvolle centrum vermijden.
De belangrijkste luchthaven is John F. Kennedy
International Airport.
|
bombay
Parijs Tokyo Mexico-city New York |