Huisvesting

Het gevolg van deze concentratie van industrieën is de aanwezigheid van een leger kantoorpersoneel en fabrieksarbeiders voor wie het leven in de stad een aanzienlijke vooruitgang betekende. Maar wat betreft woonomstandigheden en geborgenheid voor de honderdduizenden minder gelukkigen komt het neer op wonen in overbevolkte krottenwijken die als paddestoelen uit de grond verrijzen en op een dagelijkse strijd om het bestaan. Tegenwoordig woont bijna driekwart van de bevolking van Bombay in chawls (éénkamerwoningen in huurkazernes, die oorspronkelijk voor arbeiders in de katoenindustrie werden gebouwd). Nog eens 15 procent woont in krottenwijken en minstens 2 procent van de bevolking is permanent dakloos en slaapt iedere nacht op straat. Bombay heeft tenminste 150 krottenwijken verspreid over de industriegebieden en voorsteden. Riolering is er niet en geiten en ratten snuffelen naar voedsel tussen het huisvuil dat niet wordt opgehaald. De krottenbewoners moeten zien rond te komen van een zeer laag inkomen. Maar het leven van de daklozen in Bombay is nog veel onzekerder dan dat van de krottenbewoners. Het enige voordeel van het wonen op straat is dat ze dicht bij hun werk zijn. De meeste daklozen hebben wel een vaste baan, anderen proberen als dagloner werk te vinden. Velen zouden een bescheiden huur kunnen betalen, als ze maar woonruimte konden vinden niet te ver van hun werk, zodat ze geen reiskosten hoefden te betalen. Degenen die geen werk hebben, bedelen.