Zeeland, provincie van Nederland, in het uiterste
zuidwesten van het land, 2947 km2, met 367,000 inw.; hoofdstad en zetel
van het provinciaal bestuur is Middelburg.
De provincie strekt zich uit van de Noordzee (westgrens) landinwaarts naar
het oosten en wordt begrensd door de provincies Zuid-Holland
(noordgrens), Noord-Brabant (westgrens) en de Belgische provincies
West- en Oost-Vlaanderen (zuidgrens). Het grondgebied van de provincie
bestaat uit Zeeuws-Vlaanderen, de eilanden Schouwen-Duiveland en
Noord-Beveland en de schiereilanden Sint Philipsland, Tholen en
Zuid-Beveland, tezamen met de zeearmen Wester- en Oosterschelde en een
deel van het Grevelingenmeer; de laatste twee werden na de stormramp
van 1953 afgesloten in het kader van de Deltawerken. De verbindingen
tussen de diverse eilanden en schiereilanden en met de prov.
Zuid-Holland worden gevormd door bruggen, dammen en veerverbindingen.
Afgezien van een smalle strook in het zuiden van Zeeuws-Vlaanderen
waar het Pleistocene dekzand aan de oppervlakte treedt, bestaat de
gehele provincie Zeeland aan de oppervlakte uit afzettingen van zeeklei
en zeezand en uit enkele smalle duinzandstroken langs de westkust van
de diverse eilanden. Het reliëf wordt geheel door deze geologische
opbouw bepaald.
De watersnoodramp van 1953 zwaar trof Zeeland zwaar en leidde uiteindelijk tot de uitvoering
van het Deltaplan (zie Deltawerken). In dat kader zijn, voor wat Zeeland
betreft, dammen gelegd tussen Schouwen-Duiveland en Goeree-Overflakkee en
tussen Noord-Beveland en Walcheren en Zuid-Beveland (de Zeelandbrug die
Noord-Beveland met Schouwen-Duiveland verbindt, is een provinciaal project).
De in het Deltaplan voorziene afsluiting van de Oosterschelde is in kringen
van milieubehoud en visserij op tegenstand gestuit; besloten is uiteindelijk
tot het bouwen in de mond van de Oosterschelde van een stormvloedkering,
zodat in de Oosterschelde een gedempt getij gehandhaafd blijft. De stormvloedkering speelt verder een grote rol in het toerisme en recreatie.
De ruimtelijke structuur van de stedelijke verzorging is verbrokkeld. Middelburg, Vlissingen, Goes en Terneuzen zijn de belangrijkste centra; Zierikzee, Oostburg en Hulst hebben een beperkter functie; Bergen op Zoom verzorgt Tholen en oostelijk Zuid-Beveland. Door herverkavelingswerken na de inundatie van 1944 (Walcheren) en 1953 (Schouwen-Duiveland) zijn de agrarische bedrijven hier sterk vergroot, wat niet wegneemt dat nog steeds ruilverkaveling plaatsvindt.De beroepsvisserij in Zeeland bestaat uit visserij op vis en garnalen (op zee, voor de kust en in de zeearmen) en de kweek en vangst van schelpdieren (mosselen, oesters en kokkels; centrum: Yerseke). De vissooorten die het meeste geld opleveren zijn tong, schol, kabeljauw, wijting, tarbot en griet. Garnalen worden gevangen in de Oosterschelde, de zeegaten en de kustwateren. Recreatie is goed mogelijk op de badplaatsen aan de Noordzeekust, het Veerse Meer, Grevelingen en Oosterschelde.Tevens zijn er de laatste tijd veel mini-campings ontstaan. Dit is zowel voor de toerist voordelig als voor de boer een extra bron van inkomsten bij een bijvoorbeeld tegenvallende oogst. De recreatie en het toerisme zijn van grote betekenis voor de Zeeuwse economie.