monding van de rivier de Schelde. Vormt de zuidelijkste van de Nederlandse zeegaten, is 76 km lang en op verschillende plaatsen ruim 5 km breed. De diepte is zeer ongelijk; er zijn veel gevaarlijke zandbanken. De Westerschelde kreeg haar huidige breedte na een aantal overstromingen in de loop der eeuwen. Door waterbouwkundige werken ten behoeve van de scheepvaart op Antwerpen is er een doorgaande diepe vaargeul ontstaan. De vroegere natuurlijke verbindingen tussen de Wester- en Oosterschelde, die in de loop van de jaren verzandden, zijn bij de spoorwegaanleg in de 19de eeuw door resp. de Kreekrakdam en de Sloedam afgesloten. Ter verzekering van de scheepvaartverbinding tussen beide Scheldes zijn toen het Kanaal door Zuid-Beveland en het Kanaal door Walcheren gegraven. De verbinding tussen enerzijds Walcheren en Zuid-Beveland en anderzijds Zeeuws-Vlaanderen wordt verzekerd door veerdiensten (Vlissingen-Breskens, Kruiningen-Perkpolder). Aan een tunnelverbinding onder de Westerschelde door werd reeds vele jaren gedacht en in middels is het plan in uitvoering genomen.