gemeente in Nederland, prov. Zeeland, 206, 60 km2, waarvan 132,20 km2 land, 11,84 km2 binnenwateren en 62,56 km2 buitenwater, met 5110 inw. De gemeente beslaat het noordoosten van Walcheren en een deel van het Veerse Meer en omvat behalve de plaats Veere de dorpen Gapinge, Koudekerke, Serooskerke en Vrouwenpolder en de tot 1 jan. 1997 zelfstandige gemeenten Domburg, Mariekerke, Valkenisse en Westkapelle. Het gemeentebestuur zetelt te Koudekerke.
Van de beroepsbevolking is een belangrijk deel werkzaam in de dienstensector (o.a. toerisme), voorts een deel in de akkerbouw en de veehouderij en een deel in de industrie (vnl. buiten de gemeente). Nadat in 1961 het Veerse Gat gesloten was en de Veerse vissersvloot naar elders (o.m. Colijnsplaat) moest uitwijken, is de haven geheel ingericht voor de watersport. Musea De Schotse Huizen en De Vierschaar.
Veere, vroeger ter Veere of Kampveere, ontstond in de 13de eeuw als nederzetting bij het veer op Kampen (thans deel van Noord-Beveland), kreeg eind 13de eeuw stadsrechten, werd in 1358 omwald en was in de 15de en 16de eeuw een bloeiende handelsstad. Midden 18de eeuw was Veere nog welvarend, maar in de 19de eeuw werd het een dode stad. Bekende gebouwen uit het verleden zijn De Campveersch toren, het stadhuis aan de markt en de Dom of Groote Kerk met zijn nooit afgebouwde toren.
De Oosterscheldedam met het werkeiland Neeltje Jans liggen op het grondgebied van de gemeente Veere