piet04.gif (5252 bytes)De watersnoodramp van 1953Het verhaal over de rampStel je 1953 voor, maar dan in een ander landWat schreven de mediaGeologieDe DeltawerkenWat is er door de deltawerken veranderd?Guided TourZoeken in de siteHoe werkt deze site?Hoeis deze site tot stand gekomen?

hoegebeu.gif (3167 bytes)

Hoe was de situatie in Zeeland voor de 31 januariHoe heeft de ramp plaatsgevondenWat was de schadeWat was de schadeHoe breekt een dijk doorHoe onstaan golven

Zestig procent van Nederland ligt beneden de zeespiegel, en is door de mens zelf ‘gemaakt’. In het begin van onze jaartelling is de mens begonnen om kleine stukjes moeras, en andere wat hoger gelegen gebieden, te ontginnen. Dit deed men door middel van drainageslootjes, die het overtollige water afvoerde naar rivier of zee. Het drogere land dat over bleef was geschikt voor landbouw. Was er echter een erg hoge waterstand dan stroomde het gebied weer onder, of gedeeltelijk en moest men weer over nieuw beginnen. Omdat men er voor wilde zorgen dat land dat ontgonnen was niet weer zou onderstromen legde men dijken aan. Hiermee is men begonnen rond de 11e eeuw. Met de dijken werden gevaarlijke zeearmen afgesloten. Dit deden ze vooral in het drukker bevolkte Holland. Hier damde men de rivier de Rotte af, en noordelijker de Amstel. Bij deze dammen ontstonden de havensteden Rotterdam en Amsterdam. Dat zelfde Rotterdam is nu uitgegroeid tot de grootste haven van de wereld. Toen men het dijken bouwen een beetje onder de knie begon te krijgen begon men in de 16de en 17de eeuw meren die in vooral Holland aanwezig waren droog te malen. Zeeuws landschap
Dit deed men door in de meren een dijk aan te leggen, een ringdijk, waarna men met behulp van molens het water naar de hoger gelegen ringgracht pompte, waarna het waren via die ringgracht werd afgevoerd. Het overgebleven land lag nog veel lager dan de polders en ligt op sommige plaatsen in Nederland zelfs 16 meter onder de zeespiegel. Het vele geld dat voor deze inpolderings-acties nodig was werd betaald door rijke kooplui uit bv. Amsterdam. Als de polder droog was, mochten de boeren tegen betaling een stuk land kopen. Ook was het mogelijk het water zo hoog op te pompen doordat men meerdere molens achter elkaar zette, die dan vervolgens in een soort trap systeem het water naar de hoger gelegen ringgracht pompten.
Zeeuwse boerin in klederdracht Omdat in de loop van de eeuwen zoveel land is ingepolderd en dit meteen door de landbouw in gebruik werd genomen is er van het oorspronkelijke door duinenrijen beschermde moerassige achterland niet veel meer over. Van de vele duinen, kwelders, zilte en zoete moerassen, laag en hoogvenen en rivierbossen zijn nog slechts resten over.Het resultaat was dat men tot 1900, 5500 vierkante kilometer land hadden ingepolderd. Nederland zag er voor de ramp dus zeer vlak, met veel dijken, meren en rivieren uit.
Het Nederland voor de ramp van 1953 verschilt niet veel van dat van nu. Het was laag akkerland met dijken waarop meestal bomen waren geplaatst. Alleen is er nu veel minder natuur. Steden wegen en industrie verpesten het uitzicht.