           |
|

     
| Het
vaste land van Zuid-Holland Holland heeft bijna geen
hinder van de stormvloed ondervonden, hoewel aan de kust de toestand kritiek is geweest.
De duinen bij kijkduin en s-Gravenzande verplaatste zich op sommige plekken 25 a 30m
landinwaarts. Een kleine doorbraak vond plaats ten westen van Nieuwerkerk a/d IJssel in de
dijk van de Esse, Gaasdorp en Blaardorpse polder.
Alblasserwaard
|
 |
| Dit
gebied is afhankelijk van zijn banddijken, omdat het niet over binnendijken beschikt.
Hierdoor kwam het ook toen om 5:30 er een bres in de dijk bij Papendrecht viel, alle
polders achter deze dijk onderliepen. Op 5 februari werden echter de toen al twee
stroomgaten tellende doorbraak gedicht. Op 18 maart was deze polder weer droog. |
 |
Het
eiland Rozenburg. Aan de kop van het eiland Rozenburg
is 1300 meter dijk ernstig beschadigd. De bedijking langs de Rotterdamse Waterweg was op
enige plaatsen doorgebroken, waardoor een belangrijk gedeelte van het eiland onder water
kwam te staan.
Het eiland Voorne-Putten
Een oppervlak van 140 ha rondom Hellevoetsluis heeft gestaan, wat al
weer op 12 februari droog was. Een groot deel van Putten kwam onder water te staan. Het
eiland is voor een nog grotere ramp gespaard gebleven omdat duizenden vrijwilligers en
militairen er voor hebben gezorgd dat op Voorne de dijken waar nodig versterkt werden. Om
er voor te zorgen dat de kanaaldijk behouden bleef heeft men een 10 km lange houten
kistdam gemaakt die met klei werd opgevuld. Deze dam werd in binnen 10 dagen aangelegd. |
| Het
eiland De Hoekse Waard Het eiland de Hoekse Waard
werd van alle kanten belaagd door het water. Ondanks dat de dijken in goede staat waren
vonden er doorbraken plaatst. Hierdoor kwam 4000 ha onder water te staan. Er kwam nog een
5900 ha bij omdat de binnendijken van zo geringe hoogte waren dat zij het water niet tegen
houden konden.
Het eiland De Tiengemeten |
 |
| Omdat
de dijken te laag waren stroomde het water gewoon over de dijken heen. Hierdoor werd de
kern doorweekt en brak de een na de andere dijk, waardoor het gehele eiland op
zondagmorgen geheel onder water stond. Direct na de ramp werden alle gaten gedicht. Omdat
er nog 3 van de 4 spuisluizen heel waren konden ze de polders, zonder extra hulp leeg
laten lopen. Op 3 april was het gehele eiland weer droog. |
 |
Het
eiland Goeree-Overflakkee Het zuidelijks gelegen
eiland van Zuid-Holland werd het zwaarst getroffen. Van het totale oppervlak van 20.940 ha
kwam een oppervlak van 17.190 of 82% onder water te staan. Dat dit getal niet nog hoger
was, is te danken aan de vele binnendijken, die ervoor gezorgd hebben dat niets nog eens
2470 ha land onderliep. Als dit wel het geval was geweest was op de duinen na het hele
eiland in water veranderd. Ondanks dat het zon groot gebied was, lag drie maanden
later het eiland weer helemaal droog. Op de Nieuw-Stellendam na die met zijn 50 ha op 17
juni 1953 droogviel. |
| Schouwen-Duiveland. Dit eiland is net
als Goeree-Overflakkee zeer zwaar getroffen. Op de brede duinstrook, en een gebied in het
centrum, na stond het geheel onder water. Omdat er 54 stroomgaten waren ontstaan, werd het
laatste gat pas op 7 november gedicht. Omdat de zee al die tijd de stroomgaten steeds
dieper had uitgesleten waren zelf caissons aan te pas komen om het laatste gat bij
Ouwerkerk te sluiten. Op 31 december valt dan het laatste stuk van de totale 11.350 ha
weer droog.
Tholen
Tholen heeft voor de helft onder water gestaan. Met totaal 6560 ha
ondergelopen polder waarvan 1560 ha dras, kwam het in april weer droog te staan. Reeds op
5 februari was een gebied van 680 ha land, dat dras gestaan had, weer droog.
Sint-Philipsland |
 |
| Het gehele westelijke deel van Sint-phillipsland heeft onder water gestaan. De
hele Prins Hendrikpolder heeft onder water gestaan.(1630 ha. waarvan 55 ha dras); slechts
9.5% is voor overstroming gespaard gebleven. Op 26 maart was St. Philipsland weer droog. |
 |
Walcheren Van alle eilanden heeft Walcheren het minste last gehad van de ramp. Van de
totale oppervlakte van 20.330 ha die Walcheren telt is er een gebied van 1150 ha onder
water gelopen. Hiervan was 10 ha dras. Op 4 februari was echter al 720 ha drooggevallen.
Al op 15 februari was het hele eiland weer zeewater vrij. |
| De
schade was vooral opgetreden aan de duinenkust. Hij sommige duinenrijen had het water 10
tot 20 meter duin afgeslagen. Bij Oostkappelle, bij het waterl-win- gebied was zelfs een
gat in de duinen geslagen, waardoor het zoute water in de drainage pijpen kwamen. In Vlissingen
stond de boulevard blank en zorgde ervoor dat een gedeelte van de stad tijdelijk onder
water stond. Ook het water dat via de vissershaven de stad binnenvloeide zorgde voor veel
vernield in de lagere delen daarachter. Op sommige plaatsten stond het water 120 cm hoger
dan de straatstenen. |
| Noord-Beveland Van de totale oppervlakte van Noord-Beveland heeft ongeveer 30% onder water
gestaan. Aan de noordelijke zijde van het eiland viel het mee, en was het overstroomde
gebied maar 165 ha. Toen ook nog de zeedijk in het oosten bezweek, stond er daar ook een
klein gebied van 145 ha onder water. De ergste overstromingen waren vooral aan de
zuidelijke zijde. Hier werd de zeedijk zo ernstig beschadigd dat het water zonder veel
moeite de polders in kon lopen. Terwijl de binnendijken toch hoog genoeg waren werd van de
1920 ha 1475 ha veroorzaak door het bezwijken van binnendijken. |
 |
| Nog in
februari viel al een gedeelte van 685 ha droog; in maart 100 ha en in april 1230. Nadat de
Jonkvrouw Annapolder die 215 ha was was droog gevallen was het hele gebied op 1 mei weer
droog. |
| Zuid-Beveland Ongeveer 20% van Noord-Beveland liep onder water. Net als bij Noord-Beveland
bleef het noorden opmerkelijk droog. Dit geld ook voor het westen, maar vooral het zuiden
werd zwaar getroffen. Hier viel ongeveer 7468 ha ten prooi aan het zeewater. Hiervan is
een kwart veroorzaak doordat de binnendijken het begaven. In februari viel 1363 ha droog,
in maart 3080 ha. In april 570 en in mei nog een 1055 ha. Toen het waterschap Kruiningen,
dat 1400 ha groot is in 25 augustus droog viel had het al tot 24 juli met de Westerschelde
in verbinding gestaan. |
 |
Zeeuw-vlaanderen Van geheel Zeeuw-vlaanderen heeft het westen het minst te lijden gehad. Wel
zijn er veel duinen behoorlijk in omvang afgenomen, toch is maar 1% van
West-Zeeuw-vlaanderen onder water gestaan. In het oosten was de schade groter. Hier
stroomde 7% van het land onder water. Maar al in februari viel 2/3 van dit gebied droog.
In maart viel een oppervlakte van 910 ha. Op een april lag er nog maar 50 ha onder water,
maar deze lag al weer op 10 april droog. |
Land
van Heusden en Altena
Het land van Altena kwam door de doorbraak van de banddijk op 15 plaatsen voor een groot
deel onder water te staan. De dijken die N.A.P +3.00 m tot N.A.P +3,90 m
waren, bezweken snel onder het water dat N.A.P +3,90 m was gestegen. De
achterliggende polders liepen dus ook snel vol, en door de lage binnendijken liep de ene
polder na de andere vol. Dit gebeurde totdat er na 3 dagen een gebied van ruim 8.000 ha
van het 13.000 ha grote land van Altena. Dit gebeurde zo snel omdat het land hier maar een
half meter boven de zeespiegel lag. |
|