           |
|

     
 |
Toen men op de morgen
van 1 februari over het getroffen gebied kon vliegen was de ramp pas goed te overzien.
Zeeland het zuidelijke deel van Zuid-Holland en het westelijke deel van Brabant werden het
zwaarst getroffen. Schouwen Duiveland en Goeree Overflakkee waren op kleine stukjes na
compleet van de aardbodem verdwenen. Het was een nationale ramp. 48 km dijk was
doorgebroken en nog een 139 km was beschadigd waarvan 51 km ernstig beschadigd. Omdat er
een groot gebrek was aan boten met een geringe diepgang, konden veel mensen niet uit hun
benarde situatie bevrijd worden. Als er al boten water dan moest men wel erg goed de weg
kennen wilden de reddingsactie niet eindigen tegen een paal, die net onder water lag of op
het dak van schuurtjes. Zelf zijn er boten gezonken waarvan de bodem werd stukgeslagen
door de ijzeren pinnen van een tuinhekje dat net onder water lag. Voor vele kwam de
redding te laat, zij vielen van vermoeidheid uit de boom waar ze al dagen in hadden
gezeten, wachtend op hulp. Velen kwamen ook om doordat er in de geïsoleerde dorpen geen
licht, warmte geen water en nauwelijks eten was. |
| Ondertussen was het
Nederlandse rode kruis een inzameling actie begonnen. Kleding, huisraad, speelgoed,
meubels en dekens stroomde binnen. Maandag 2 februari meldde het rode kruis dat er al 2
miljoen gulden bij het rampenfonds was binnen gekomen. De toestroom van kleding etc. was
zelf zo groot dat het rode kruis op woensdag 4 februari moest zeggen dat er niet meer
moest ingezameld worden. Er kwam te veel. Ook het buitenland hielp goed mee:
Helikopters, militairen die hielpen bij het evacueren en ook dekens en geld. Op dinsdag 2
februari had men van verscheidene vliegvelden in de omtrek een luchtbrug geopend naar de
getroffen gebieden. Helikopter deden goed werk bij het oppikken van mensen die op het dak
van een huis vast zaten, op in aller ijl in de dichtstbijzijnde boom waren geklommen. De
vliegtuigen dropte boven de dorpen voedsel en rubberboten naar mensen die vast zaten op
kleinen stukjes land |
 |
 |
Ook koningin Juliana
ging samen met prinses Beatrix, de huidige koningin, die zelfde zondag 1 februari naar het
getroffen gebied om daar te troosten waar het het hardst nodig was. De gevolgen van de ramp waren rampzalig. 1835 mensen verdronken, en ongeveer
20.000 koeien, 1750 paarden en 12.000 varkens kwamen om. 47.300 woningen, scholen, kerken,
en andere gebouwen werden beschadigd waaronder 10.000 onherstelbaar vernield. Een lengte
van 187 kilometer dijk was bezweken, of beschadigd, onder het geweld van de golven en er
kwam tussen de 153000 onder water te staan, waarvan 17000 hectare drassig. |
| Naast de 1835 doden
moesten er 72000 mensen worden geëvacueerd, naar hoger gelegen gebieden. Dit betekend van
de ongeveer 75000 mensen die er leefde er 1835 zijn omgekomen. Ongeveer 2.5% van de
bevolking daar is dus omgekomen dat is 1 op de 40 mensen. |
|