           |
|

     
 |
Hoe ontstaat
een golf?
Een zwakke wind veroorzaakt op zee rimpelingen met ronde toppen en puntige dalen.
De vorm wordt bepaald door de oppervlakte spanning. Zodra de golflente de 1,74 cm
passeert, wordt de vorm van de golf door de zwaartekracht bepaald en krijgt het puntige
toppen en ronde dalen. De wind zweept het water steeds verder op. Hij duwt het water aan
de ene kant naar de top en aan de andere kant zuigt hij het omhoog. Hierdoor worden de
toppen steeds steiler en hoger. Als de tophoek 120º bedraagt slaat de golf over en breekt
hij zich. Er ontstaan dan golven met schuimkoppen erop.
|
De
kracht van een golf
Elke verstoring van het wateroppervlak veroorzaakt golven, waarvan de vormen
onregelmatig zijn. Wil je de kracht van een golf berekenen dan zul je echter uit moeten
gaan van een sinusgolf. Om de snelheid van een golf te kunnen uitrekenen heb je twee
waarden nodig. Als eerste heb je de golflengte nodig. Deze word gemeten van de kruin van
een golf naar de kruin achter deze golf. Het symbool hiervoor is l. Handig is om deze in meters uit te
drukken. Als je nu de tijd tussen de golfkruinen meet in seconde, kun je de snelheid
uitrekenen door de volgende formule toe te passen:
De uitkomst is de golfsnelheid berekend in meter per seconde. |
 |
| Wil
je nu de het vermogen gaan berekenen, dan moet je eerst de golfhoogte weten. Deze is
gelijk aan het verticale verschil tussen de kruin en het dal, wat het zelfde is als de
dubbele amplitude. Nu kun je het vermogen berekenen. Als men de helft van de golfperiode
(in seconden) ½T, vermenigvuldig met de significante hoogte in het kwadraad( in meters),
krijg je het vermogen per meter kambreedte. Dit is in formule vorm: |
|