                        |
|

   
De
Veersedam moest Walcheren en Noord-Beveland verbinden. Deze dam werd gebouwd om het
noorden van Walcheren en Zuid-Beveland en het zuiden van Noord-Beveland tegen een
eventuele nieuwe ramp te behouden.
Het probleem was echter dat er ongeveer 70 miljoen kubieke meter water door het
Veersegat heen en weer ging met eb en vloed. Omdat die zon grote hoeveelheid water
was, kon men niet net als bij de Zandkreekdam gebruik maken van caissons die na het
afzinken vol werden gespoten met water, de eenheidcaisson. Als ze dit zouden doen ontstond
er in het overgebleven gat, naarmate dit kleiner werd, zon grote stroming dat daar
de plaatsing van nog meer caissons onmogelijk werd. |
 |
| Ook zou
de grond daar mee worden gesleurd wat tot gevolg kon hebben dat het de andere caissons
ondermijnde, zodat ze scheef zouden kunnen gaan liggen. Daarom kwam men met
wat nieuws: de doorlaat caisson. Deze was ook al gebruikt bij de braakman waardoor men al
veel kennis had opgedaan. De caisson doet het volgende. Het is een holle bak met aan de
ene kant drijfschotten en aan de ene kant oplaatbare schuiven. De caisson werd in een
bouwput gebouwd, waarna deze onder water wordt gezet. De caissons gaat drijven en kon naar
de plek waar hij geplaatst zou worden, gesleept worden. Daar liet men de ciasson afzinken
door hem met water te laten vollopen. Nu komt het verschil: De drijfschotten die aan de
ene kant zaten worden eraf gehaald, en de schuiven worden omhoog gehaald. Hierna kan het
water gewoon door de grote holle caisson heen stromen. |
 |
Boven op decaisson
werd zand gestort zodat de getijdenstroom hem niet van zijn plaatst kon krijgen. Naardat
alle caissons waren geplaatst liet men nog een keer de eb stroom naar zee stromen en toen
sloot men in een keer het veerse gat af door de schuiven tegelijk te laten zakken. Nadat
de caissons vol waren gestort met stenen, spoot men zand over de caissons heen. Hierover
kwam een laag asfalt en de dam was klaar.
De caissons moesten daarom aan de volgende eisen voldoen:
-sterk en stijf (zodat er weinig vervorming mogelijk was door een grote druk van
het water)
-in eerste instantie moest er nog water doorheen kunnen, terwijl later d.m.v.
sluizen pas de volledig afsluiting zou komen.
-hoge stabiliteit (tijdens vervoer en afzinking)
-groot dijfvermogen
Uiteindelijk paste men een standaard-caisson aan met de volgende wijzigingen:
-hogere en sterkere zijwanden
-de open stukken waar het water doorheen zou moeten stromen alleen de wapening
van het beton aantebrengen. Zo zorgde men voor dat de caisson steviger was maar toch
doorlaatbaar.
- boven en een onderbak te maken waarvan de bovenbak vol met zand kon worden
gestort waardoor na plaatsing zeker was dat de caisson blijven staan.
|
|