piet12.gif (4813 bytes)De watersnoodramp van 1953De DeltawerkenDeltaplanDe FinanciënDe dammenHollandse IJssel keringZandkreekdamVeersegatdamGrevelingenBrouwersdamVolkerakdamHaringvlietdamOosterscheldedamSt. PhilipsdamOesterdamMaeslantkeringTijdslijnOverzichtskaartWat is er veranderd door de DeltawerkenGuided TourZoeken over de siteHelpThe making of the site

Veersedam

AlgemeenHet planSluitgatDe bouw

De Veersedam moest Walcheren en Noord-Beveland verbinden. Deze dam werd gebouwd om het noorden van Walcheren en Zuid-Beveland en het zuiden van Noord-Beveland tegen een eventuele nieuwe ramp te behouden.
Het probleem was echter dat er ongeveer 70 miljoen kubieke meter water door het Veersegat heen en weer ging met eb en vloed. Omdat die zo’n grote hoeveelheid water was, kon men niet net als bij de Zandkreekdam gebruik maken van caissons die na het afzinken vol werden gespoten met water, de eenheidcaisson. Als ze dit zouden doen ontstond er in het overgebleven gat, naarmate dit kleiner werd, zo’n grote stroming dat daar de plaatsing van nog meer caissons onmogelijk werd.

kaart.gif (6560 bytes)
Ook zou de grond daar mee worden gesleurd wat tot gevolg kon hebben dat het de andere caissons ondermijnde, zodat ze scheef zouden kunnen gaan liggen. Daarom kwam men met wat nieuws: de doorlaat caisson. Deze was ook al gebruikt bij de braakman waardoor men al veel kennis had opgedaan. De caisson doet het volgende. Het is een holle bak met aan de ene kant drijfschotten en aan de ene kant oplaatbare schuiven. De caisson werd in een bouwput gebouwd, waarna deze onder water wordt gezet. De caissons gaat drijven en kon naar de plek waar hij geplaatst zou worden, gesleept worden. Daar liet men de ciasson afzinken door hem met water te laten vollopen. Nu komt het verschil: De drijfschotten die aan de ene kant zaten worden eraf gehaald, en de schuiven worden omhoog gehaald. Hierna kan het water gewoon door de grote holle caisson heen stromen.
laatst.jpg (13480 bytes) Boven op decaisson werd zand gestort zodat de getijdenstroom hem niet van zijn plaatst kon krijgen. Naardat alle caissons waren geplaatst liet men nog een keer de eb stroom naar zee stromen en toen sloot men in een keer het veerse gat af door de schuiven tegelijk te laten zakken. Nadat de caissons vol waren gestort met stenen, spoot men zand over de caissons heen. Hierover kwam een laag asfalt en de dam was klaar.
De caissons moesten daarom aan de volgende eisen voldoen:


-sterk en stijf (zodat er weinig vervorming mogelijk was door een grote druk van het water)
-in eerste instantie moest er nog water doorheen kunnen, terwijl later d.m.v. sluizen pas de volledig afsluiting zou komen.
-hoge stabiliteit (tijdens vervoer en afzinking)
-groot dijfvermogen

Uiteindelijk paste men een standaard-caisson aan met de volgende wijzigingen:
-hogere en sterkere zijwanden

-de open stukken waar het water doorheen zou moeten stromen alleen de wapening van het beton aantebrengen. Zo zorgde men voor dat de caisson steviger was maar toch doorlaatbaar.
- boven en een onderbak te maken waarvan de bovenbak vol met zand kon worden gestort waardoor na plaatsing zeker was dat de caisson blijven staan.