                       |
|

   
| Het sluitgat van het
Veerse Gat was ruim 300 meter breed. De drempel, waarop de caissons moesten rusten, lag op
11 meter onder NAP en was 100m breed. Deze drempel was opgebouwd volgens de filter
constructie. Dit hield in dat er daarbij tevens grove en minder grove lagen grind steen en
blokken steen er een drempel werd opgebouwd die een zodanige dikte had, dat hij tegen de
overkomde getijenstroming kon. Tijdens dit er over heen stromen kon het niet gebeuren dat
er door middel van onstane holtes een deel van de laag wergspoelde, omdat men door de
verschillende steenmaten ervoor had gezorgd dat alles was opgevult. De toplaag was van
zulke grote steensoorten gemaakt dat zelfs de sterkeste stroom vlak voor het plaatsten van
de laatste caisson, de drempel op zijn plaatst liggen bleef. |
|