De watersnoodramp van 1953De DeltawerkenDeltaplanDe FinanciënDe dammenHollandse IJssel keringZandkreekdamVeersegatdamGrevelingenBrouwersdamVolkerakdamHaringvlietdamOosterscheldedamSt. PhilipsdamOesterdamMaeslantkeringTijdslijnOverzichtskaartWat is er veranderd door de DeltawerkenGuided TourZoeken over de siteHelpThe making of the site

Veersedam

AlgemeenHet planSluitgatDe bouw

De zeven doorlaatcaissons waren in een apart daarvoor aangelegd poldertje in elkaar gezet. Na de dijken weg te hebben gehaald kon door sterke sleepboten de caissons een voor een op zijn plaats worden gesleepd. De caissons werden vlak voor doodtij, wat inhoud dat het water even tussen eb en vloed in stil staat, neergelaten op de drempel. Hierbij werden de de caissons gevult met water, en de houten schotten door sleepboten weggetrokken. Aan de kant van het meer, dat moest ontstaan, hees men de schuiven omhoog, en zo ontstond er een opening waardoor het water vrij kon stromen. De bovenbak van de caisson werd opgevult met zand waardoor hij niet meer van zijn plaats kon worden geduwd door de stroming. Op dit zand werd een tijdlijke weg aangelegd om de andere caissons te kunnen bereiken. Nadat de zevende caisson was geplaatst was er nog een gat van 5 meter breed. Dit werd opgevult met stortstenen, grind, en zand. Nu kon het water alleen maar door de caissons stromen.
Nadat voor de laaste keer de 70 miljoen viekante meter water naar zee was terug gestroomd liet men op 27 april de sluizen op doodtij neer. De Veersedam was gesloten en het Veerse Meer een feit.
Nu kon men beginnen met het storten van stenen voor een achter de dam. Hierna werd de dam met zand overspoten. Hierover kwam een grote laat asfalt. Aan de kant van het Veerse Meer kwam een weg en voor de dam een groot breed strand. In de negentiger jaren is het geheel opgespoten met zand en daarna helmgras daarover geplant. Men wilde de van de ‘zwarte asfalt dam’ een duin maken.