                        |
|

     
 |
De Philipsdam zou
komen te liggen tussen St. Philipsland en de al lang bestaande Grevelingendam. Zo zou het
Brabant met Schouwen-Duiveland verbinden. Om er voor te zorgen dat er ondanks de
Oosterscheldedam toch nog een groot hoogte verschil tussen eb en vloed zou ontstaan in de
Oosterschelde. Daarom moest de Oosterschelde kleiner worden gemaakt. Dit wilde men doen
doormiddel van twee dammen, de Oesterdam en de Philipsdam. De Philipsdam zou niet alleen
een dam worden maar ook een sluizencomplex dat er voor moest zorgen dat het erachter
liggende meer wat zou ontstaan en wat zoet zou worden, niet met het zoute Oosterschelde
water in aanraking zou kunnen komen |
| Er moest alleen wel nog scheepsvaart
doorheen, en elke keer als er dan een schip door de sluizen zou gaan, werd het
Oosterschelde water vervuild met zoet en het zoete water met zout
vervuild. Hiervoor bedacht men een uniek sluizen systeem om het water
gescheiden te houden. De dammen werden omdat er toch zo weinig stroom stond gemaakt zonder
caissons of kabelbanen. |
|