De watersnoodramp van 1953De DeltawerkenDeltaplanDe FinanciënDe dammenHollandse IJssel keringZandkreekdamVeersegatdamGrevelingenBrouwersdamVolkerakdamHaringvlietdamOosterscheldedamSt. PhilipsdamOesterdamMaeslantkeringTijdslijnOverzichtskaartWat is er veranderd door de DeltawerkenGuided TourZoeken over de siteHelpThe making of the site

Oosterscheldedam

AlgemeenProblemenHet planOnderzoekSchepenDe bouwNatuur

Ostrea (oester)

Dit is het schip dat de pijlers optilt, transporteerd en weer neerzet. Het schip bestaat uit een U-vormig ponton van meer dan 87 meter. Hierop staan 2 grote portalen, die allebij 50 meter groot zijn. Het vermogen van dit schip is 8000 pk en het schip had 4 schroeven waardoor het erg makkelijk kon manouvreren. Op erg lange vaarten werde de ostrea meestal gesleept door sleepboten. De Ostrea is met glans het vlaggelschip van de Delta-vloot te noemen.

De Ostrea vervoerd een pijler
Dit mede dankzij het 10000 ton hefvermogen. (de pijlers wegen gedeeltelijk onderwater minder, dus de 18000 ton die een pijler weegt, kan toch gedragen worden.
De Macoma (het linkerschip) ondersteunt de Ostrea

Macoma (nonnetje=schelpdier)

Hiertegen lag de Ostrea afgemeerd. Om de Ostrea goed vast te kunnen houden, had dit schip een speciaal koppelmechanisme van 600 ton koppelkracht. De Macomawas ook een soort stofzuiger. Er mocht namelijk geen zand komen tussen de pijler en de ondergrond. Dit was heel moeilijk, want bij eb en vloed worden er elke seconde hele bergen zand verzet die onder de pijler kunnen schuiven.

Mytilus (mossel)

Dit schip zorgt ervoor dat de bodem wordt verdicht, d.w.z. dat de zand- en/of kleideeltjes dichter tegen elkaar komen te liggen en de bodem zo steviger wordt. Dit poces speelde zich volledig onder water af en ging 24 uur per dag door. Een stevige ondergrond voor zo’n groot en zwaar bouwwerk was vereist om er voor te zorgen dat de kering scheef komt te staan en de schuiven niet meer werken.

De trilnaalden hebben een doorsnede van 2,1 meter en hun lengte is 18 meter. De motor van het schip wekt trillingen op en die worden doorgegeven aan de naalden, die de trillingen op hun beurt weer doorgeven aan de bodem. De frequentie van de trilnaalden bij een optimaal resultaat was 25 tot 30 Hz en de amplitude 4 a 5 mm. Het schip bestaat uit een hoofdponaton van 18,9 meter lang.

Een tekening van de Mytilus
Hieraangekoppelt zitten 4 hulppontons met een totale lengte van 32,9 meter. De diepgang van de Mytilus is 2,2 meter. Op het schip staan de 55 meter hoge hefportalen met de heflieren, die ieder zo’n trekkracht van 120 ton hebben.
De Cardium legt de steunmat

Cardium (kokkel)

Dit was een heel duur schip. De overheid had nooit gedacht dat het zo duur zou worden. De Cardium werd zelfs 80% duurder dan voorheen was gepland. Door het schip in gedeeltes te bouwen, konden de kosten enigszins gespreid worden.
De Cardium legte de matten, maar voordat dit gedaan werd, moest de grond vlakgezogen worden. De matten die na dit karwei werden neergelegd hadden de volgende eigenschappen:
-dikte: 36 cm
-breedte: 42 meter
-lengte: 200 meter
-snelheid waarmee de matten gelegd worden: 10 meter per uur

-componenten: een met staaldraad bewapende matras, gevuld met 3 lagen materiaal - zand, kif en grind.
Op de plaatsen waar de pijlers gezet worden, legt men nog eens extra mat. Dit wordt gedaan om de matten te beschermen tegen slijtage, die zou kunnen ontstaan bij het op- en neerbewegen van de schuiven.


Wijker Rib
(vis)

Dit is een inspectievaartuig dat in 1960 werd gebouwd en toen dienstdeed als steenstorter. Daarna werd het gebruikt door een kateringsbedrijf en nog later kreeg het een meer multifunctioneel karakter tijdens de inzet bij de bouw van de Oosterscheldedam. Dit schip begeleidde het kleinere inspectievoertuig, de Portunus. Dit was een ding, ter grote van een klein bestelbusje, met rupsbanden en een lange navelstreng, waarmee de Portunus was gekoppeld aan de Wijker Rib. De Portunus reed over de bodem van de Oosterschelde en stuurde gegevens over de bodem e.d. via de navelstreng naar het moederschip. De Wijker Rib controleerde en bewerkte de gegevens en kon hieruit opmaken wat er nog moest gebeuren en hoe het werk was gedaan.