De watersnoodramp van 1953De DeltawerkenDeltaplanDe FinanciënDe dammenHollandse IJssel keringZandkreekdamVeersegatdamGrevelingenBrouwersdamVolkerakdamHaringvlietdamOosterscheldedamSt. PhilipsdamOesterdamMaeslantkeringTijdslijnOverzichtskaartWat is er veranderd door de DeltawerkenGuided TourZoeken over de siteHelpThe making of the site

Oosterscheldedam

AlgemeenProblemenHet planOnderzoekSchepenDe bouwNatuur

De bodem van de Oosterschelde werd zeer precies onderzocht, want er moest 100% zekerheid zijn dat er geen ongeregeldheden zouden ontstaan tijdens het bouwen of in de toekomst. De volgende punten werden onderzocht:

-vastheid van de grondslag
-dichtheid van de grondslag
-grondsamenstelling
-grondgelaagdheid
-geologische bouw van het lagenpakket

Het bleek dat er nog heel wat moest gebeuren, voordat men uiteindelijk zou kunnen beginnen. In laboratoria werden vele proeven gedaan om te kijken wat er zou gebeuren bij welke omstandigheden.

Een deel van de Oosterscheldedam
Een helikopter stort stenen in de zee

De bestaande baggervaartuigen en werktuigen voldeden lang niet allemaal aan de eisen die waren gesteld. Ook waren ze lang niet allemaal even bruikbaar. Er moesten veel nieuwe materialen gemaakt worden of de huidige wertuigen moesten worden aangepast. Ook tijdens de bouw van de Oosterscheldedam vonden er nog veranderingen plaats.

Hydrio-Meteo Instituut

Om ver van te voren te kunnen voorspellen wat het weer zou zijn, had men de juiste apparatuur nodig. Voor dit werk was een meteorogisch-waterloopkundig centrum nodig.

Dit instituut had over heel de Oosterschelde en in de Noordzee meetpunten aangebracht die alle aspecten van het weer konden registreren. Zo kon men slecht weer zien aankomen en werd een overzichtelijk beeld van de weersomstandigheden gemaakt. Deze gegevens waren nodig om de uitvoering van het Deltaplan goed te laten verlopen. Men moest constant op de hoogte zijn van zulke factoren en er rekening mee houden. Sommige werkzaamheden zouden onder bepaalde omstandigheden niet door kunnen gaan. Het centrum had de beschikking over informatie over o.a. de waterstand, stroom snelheden, golfvelden, watertemperatuur, zoutgehalte, windsnelheden. De taken van dit centrum waren inwinning, controle en verwerking van gegevens, verstrekken van gegevens aan de uitvoerder en de installatie, beheer en de coordinatie van het systeem.

Mannen aan het werk

De locaties van de meetpunten waren:
- het zeegedeelte voor de mond van de Oosterschelde en de kust van Walcheren en Schouwen-Duiveland
- het trace van de stormvloedkering
- de Oosterschelde-vanaf de Oosterschledekering tot aan Bergen op Zoom en de Volkeraksluizen.
- de Noordzee, ter hoogte van de Eurogeul en in het noordelijk deel van de Noorzee.
Voor het in stand houden van een ingewikkeld systeem als dit, zijn in die periode vele nieuwe ontwikkelingen gedaan op verschillende gebieden. Zo werd een nieuw distributiesysteem ontworpen en werd er optimaal gebruik gemaakt van zonne-energie (wat in die tijd nog niet zo vaak voorkwam).
Behalve dat dit centrum zelf informatie inwon, werd het ook op de hoogte gehouden over het weer door de KNMI en het internationale meteonet. De mensen die aan het werk waren in het Oosterscheldegebied konden op de hoogte gehouden worden door de zogenaamde ‘hydro-meteo-bulletins’

Sonar
Met de sonar konden de volgende dingen worden onderzocht: de ligging van zand en grind en de korrelgrootte, asfaltranden, zandresten op het asfalt (dat verwijdert moest worden) en betonblokken.
Na een aantal proeven en experimenten wist men zeker dat de sonar een goed inspectiemiddel was. Om de sonarbeelden te kunnen begrijpen moest men wel op de hoogte zijn van een aantal ingewikkelde principes. Hiervoor zijn toen een aantal specialisten op dit gebied aangetrokken. Deze werkten dan meestal op de werkschepen vanwaar de opnames werden gemaakt.

De gebruikte frequenties waren:
-100 kHz ( groot afstandsbereik en minder detail zichtbaar)
-500 kHz (Klein afstandsbereik en veel detail-informatie)

Ondergaande zon op het water