                       |
|

      
| De bodem van de Oosterschelde werd zeer
precies onderzocht, want er moest 100% zekerheid zijn dat er geen ongeregeldheden zouden
ontstaan tijdens het bouwen of in de toekomst. De volgende punten werden onderzocht:
-vastheid van de grondslag
-dichtheid van de grondslag
-grondsamenstelling
-grondgelaagdheid
-geologische bouw van het lagenpakket
Het bleek dat er nog heel wat moest gebeuren,
voordat men uiteindelijk zou kunnen beginnen. In laboratoria werden vele proeven gedaan om
te kijken wat er zou gebeuren bij welke omstandigheden. |
 |
 |
De
bestaande baggervaartuigen en werktuigen voldeden lang niet allemaal aan de eisen die
waren gesteld. Ook waren ze lang niet allemaal even bruikbaar. Er moesten veel nieuwe
materialen gemaakt worden of de huidige wertuigen moesten worden aangepast. Ook tijdens de
bouw van de Oosterscheldedam vonden er nog veranderingen plaats.
Hydrio-Meteo Instituut
Om ver van te voren te kunnen voorspellen wat het weer zou zijn, had men de juiste
apparatuur nodig. Voor dit werk was een meteorogisch-waterloopkundig centrum nodig. |
Dit
instituut had over heel de Oosterschelde en in de Noordzee meetpunten aangebracht die alle
aspecten van het weer konden registreren. Zo kon men slecht weer zien aankomen en werd een
overzichtelijk beeld van de weersomstandigheden gemaakt. Deze gegevens waren nodig om de
uitvoering van het Deltaplan goed te laten verlopen. Men moest constant op de hoogte zijn
van zulke factoren en er rekening mee houden. Sommige werkzaamheden zouden onder bepaalde
omstandigheden niet door kunnen gaan. Het centrum had de beschikking over informatie over
o.a. de waterstand, stroom snelheden, golfvelden, watertemperatuur, zoutgehalte,
windsnelheden. De taken van dit centrum waren inwinning, controle en verwerking van
gegevens, verstrekken van gegevens aan de uitvoerder en de installatie, beheer en de
coordinatie van het systeem. |
 |
De
locaties van de meetpunten waren:
- het zeegedeelte voor de mond van de Oosterschelde en de kust van Walcheren en
Schouwen-Duiveland
- het trace van de stormvloedkering
- de Oosterschelde-vanaf de Oosterschledekering tot aan Bergen op Zoom en de
Volkeraksluizen.
- de Noordzee, ter hoogte van de Eurogeul en in het noordelijk deel van de Noorzee.
Voor het in stand houden van een ingewikkeld systeem als dit, zijn in die periode
vele nieuwe ontwikkelingen gedaan op verschillende gebieden. Zo werd een nieuw
distributiesysteem ontworpen en werd er optimaal gebruik gemaakt van zonne-energie (wat in
die tijd nog niet zo vaak voorkwam).
Behalve dat dit centrum zelf informatie inwon, werd het ook op de hoogte gehouden
over het weer door de KNMI en het internationale meteonet. De mensen die aan het werk
waren in het Oosterscheldegebied konden op de hoogte gehouden worden door de zogenaamde
hydro-meteo-bulletins |
Sonar
Met de sonar konden de volgende dingen worden onderzocht: de ligging van zand en
grind en de korrelgrootte, asfaltranden, zandresten op het asfalt (dat verwijdert moest
worden) en betonblokken.
Na een aantal proeven en experimenten wist men zeker dat de sonar een goed
inspectiemiddel was. Om de sonarbeelden te kunnen begrijpen moest men wel op de hoogte
zijn van een aantal ingewikkelde principes. Hiervoor zijn toen een aantal specialisten op
dit gebied aangetrokken. Deze werkten dan meestal op de werkschepen vanwaar de opnames
werden gemaakt.
De gebruikte frequenties waren:
-100 kHz ( groot afstandsbereik en minder detail zichtbaar)
-500 kHz (Klein afstandsbereik en veel detail-informatie) |
 |
|