De watersnoodramp van 1953De DeltawerkenDeltaplanDe FinanciënDe dammenHollandse IJssel keringZandkreekdamVeersegatdamGrevelingenBrouwersdamVolkerakdamHaringvlietdamOosterscheldedamSt. PhilipsdamOesterdamMaeslantkeringTijdslijnOverzichtskaartWat is er veranderd door de DeltawerkenGuided TourZoeken over de siteHelpThe making of the site

Oosterscheldedam

AlgemeenProblemenHet planOnderzoekSchepenDe bouwNatuur

Oosterscheldedam De pijlers die tussen de Noord-Beveland en Schouwen-Duiveland worden geplaatst, wegen zo’n 18000 ton per stuk. Door een doordachte constructie, de juiste materialen, en constantonderhoud, zou de stormvloedkering 200 jaar mee kunnen gaan. Een gevaarlijke overstroming zou zich zo beperken tot ongeveer 1 keer in de 4000 jaar. Het beheer van de stormvloedkering wordt verzorgd door Rijkswaterstaat. Het motto is om de kering zo weinig mogelijk te gebruiken, zodat het milieu niet verstoord wordt. Op de bodem van de Oosterschelde op de plaatsen waar de pijlers komen, worden matten aangebracht om de bodem te beschermen en er voor te zorgen dat de dam niet verzakt. Voor al de dingen die moeten gebeuren om de stormvloedkering te bouwen, zijn veel en speciale vaartuigen nodig.

De Ostrea tilt de zware pijlers uit het bouwdok op, versleept ze naar de plek waar ze moeten komen en zet ze daar neer. De Macoma, een ander schip, houdt de Ostrea op z’n plaats bij het neerzetten van de pijler.

Een ander belangrijk schip is de Mytilus. Dit schip heeft lange trilnaalden van 18 meter lang, die in de grond trillen. Hierdoor komen de zanddeeltjes dichter op elkaar te zitten en is de grond steviger geworden.

De Cardium baggert geulen in de bodem van de de Oosterschelde en legt de matten neer. Dit wordt gedaan in samenwerking met de Jan Heijmans. Dat is een verbouwd asfaltschip dat er voor zorgt dat er geen spleter komen tussen de gelegde matten.

2 mensen lopen op de mat die op de zeebodem komt te liggen
Doorsnede van de Oosterscheldedam door Rudolf Hes Doorsnede van de pijlerdam

1   pijler
2   dam van voor landhoofdconstructie
3   balk voor bewegingswerken
4   hydraulische cilinders
5   opzetstuk
6   bovenbalk
7   schuif
8   dorpelbalk
9   verkeersweg
10 koker met apparatuur voor schuif
11 leidingenstraat
12 zandvulling dorpelbalk
13 toplaag van drempel
14 kern van drempel
15 zandvulling pijlervoet
16 aanslagen/opleggingen dorpelbalk
17 bovenmat
18 groutvulling
19 tegelmat
20 ondermat
21 ondergronds zand van de bodem
22 grindzak

De moderne apparatuur die bij de bouw gebruikt werd had veel energie nodig. Er was dan ook een grote afhankelijkheid van elektriciteit.De nieuwe technieken die zoveel energie nodig hadden waren de volgende:
-er was een systeem op de meeste schepen aangebracht dat zeer nauwkeurig en automatische de plaats ervan kon bepalen.
-nieuwe peiltechnieken voor de plaatsbepaling
-nieuwe technieken om te meten hoe vlak de bodem is en zandlagen te herkennen.
-het gebruik van gyroscopen en versnellingsmeters
-erg ingewikkelde computers om de grote informatiestromen te kunnen verwerken

Op een van de werkeilanden in de Oosterschelde dat Schaar heet, heeft men al in het begin van de bouw een energiecentrale gebouwd. Deze centrale had een vermogen van 12000 kVA. Dit zou genoeg zijn om een stad van 45000 mensen van stroom te voorzien. De elektriciteit werd opgewekt door 15 dieselgenerators en een windmolen.
De pijlers stonden los nog niet zo stevig en daarom werden er rondom de pijlers stenen gestord om de pijlers te verstevigen. De onderwaterdrempel, want zo heten deze gestorte stenen, diende er tevens toe om de opening tussen de oosterscheldebodem en de onderkant van de schuiven te dichten.

Pijlers in het bouwbekken

De stenen die onderaan -op de bodem- liggen zijn het kleinst en hoe verder naar boven we komen, hoe groter de stenen worden. Dit wordt expres zo gedaan, want de kleine stenen beneden kunnen zo niet verschuiven. De blokken steen wegen ieder tussen de 6 en 10 ton en bij een eventuele weigering van de schuiven zouden de stenen niet zomaar wegspoelen.
In 2 jaar tijd is in totaal 5 miljoen ton stortsteen verwerkt. Als men uitgaat van het bovenstaande gewicht zou men uikomen op totaal zo’n 700000 blokken. Deze steensoort die voor de blokken wordt gebruikt, komt uit Duitsland, Finland en Belgie.. Het vervoer van deze stenen naar Zeeland kostte soms nog enige moeite, omdat de dichtheid ervan tussen de 2,8 en 3,0 kg/l.

Pijlers in het bouwbekken

De pijlers werden gemaakt in een hele grote bouwput. De oppervlakte hiervan was ongeveer 1 km2. De bouwput was omringt door een ringdijk om het water buiten te houden, want de bodem van de bouwput lag 15,2 meter beneden zeeniveau! Het water dat toch naar binnen kwam, werd kunstmatig weggepompt.
Beschrijving van de pijlers:

-18000 ton per stuk
-30,25 m tot 38,75 meter hoog
-voor elke pijlers was ongeveer 7000 m3 beton nodig
-anderhalf jaar werk per pijler

De pijlers zijn van onderen hol, zodat ze nog enigzins te vervoeren zijn. Als ze eenmaal op hun plaats zijn gezet, wordt deze ruimte opgevult met zand en is er weinig kans dat de pijler nog kan verplaatsen, want hij staat dan muurvast.

Het bouwdok , zoals hierboven aangegeven, bestond uit vier gedeeltes. In elk deel werd aan een aan een aantal pijlers gebouwd. Als de pijlers uit een deel af waren, werd dat deel onder water gezet. Het hefschip voer het dok dan binnen, tilde de zware pijler op en verscheepte het naar z’n plaats in de kering. Om de 2 weken begon men met de bouw van een nieuwe pijler en op een gegeven moment waren er dan 30 pijlers in aanbouw. De ene pijler was dan bijna klaar, terwijl aan de andere net begonnen werd.

Aan de kale pijler alleen heb je niets en daarom werd hij ingericht met de volgende dingen: verkeerskokers, opzetstukken, dorpelbalk en de bovenbalk.
De verkeerskoker
De verkeerskoker is een koker waarop de autoweg ligt en waarin de apparatuur komt die de schuiven kan bewegen. Er zijn in totaal 62 betonnen stukken van elk 45 meter lang en ze wegen 1200 ton per stuk.
De opzetstukken
Dit zijn betonnen stukken die boven op de pijlers worden geplaatst. Hieraan worden de schuiven opgehangen en kunnen ze heen en weer bewegen. De twee opzetstukken per pijler wegen tussen de 250 en 460 ton.

Een helikopter vervoert blokken naar zee
Dorpelbalk
Dit is een 39 meter lange, betonnen, holle koker die bovenop de onderwaterdrempel van stortsteen tussen de pijlers wordt geplaatst. Een dorpelbalk weegt ongeveer 2500 ton. Pas op het allerlaatste moment worden nog kleine veranderingen in de vorm gemaakt, zodat ze percies (maar dan ook precies) tussen de pijlers passen. Na de plaatsing wordt de dorpelbalk gevuld met zand.
Bovenbalk
Dit is de bovenkant van de opening die door de schuiven geopend of gesloten kan worden. De kokervormige beton-elementen zijn 5 bij 4 meter en wegen 1100 ton per stuk.
De pijlers zonder de bovenbalk, schuiven enz. Tussen de pijlers komen de schuiven te hangen. De schuiven zijn van staal gemaakt en de lengte is 42 meter lang. De hoogte is afhankelijk van de plaats waar hij komt en zit tussen de 5,9 en 11,9 meter. Ze wegen tussen de 300 en 500 ton per stuk.Om de schuiven op en neer te bewegen is een speciaal systeem nodig. Dit is het zogenaamde hydraulische systeem. In totaal zijn er 124 hydraulische cilinders die bedient worden vanuit een apart gebouw.