                        |
|

   
| Om er voor te zorgen
dat de Oosterschelde een hoger eb/vloed verschil zou krijgen moest de Oosterschelde
verkleint worden. In het noorden scheidt de Philipsdam de Krammer (circa 3500 ha water)
van de Oosterschelde. De Oesterdam sluit in het zuiden van de zeearm een flink stuk af: de
oppervlakte van de Oosterschelde wordt hier verminderd met het Markiezaatsmeer en het
Zoommeer (circa 1000 ha water). Door de afsluiting van 4500 ha water wilde men een hhogte
verschil in de Oosterschelde creeren van ongeveer 2,7 meter. Het Idee was om een dam te
maken die Tholen met Zuid-Beveland zou verbinden. Hierachter zou een zoetwater meer
ontstaan, wat men het Zoommeer zou gaan noemen. Dit meer stond inverbinding met het
Krammer doormiddel van een kanaal dat Tholen en Brabant van elkaar scheide. Het stond ook
in verbinding met de Antwerpse Haven. |
 |
| Alles bij
elkaar noemde men het het Schelde-Rijn kanaal. Dit kanaal zorgde er namelijk voor dat je
vanaf de Rijn zonder via de Oosterschelde en het Kanaal door noord-Beveland in één keer
naar Antwerpen varen. Dit alles zonder last te hebben van allelei getijde beweringingen in
de Oosterschelde. Nog een voordeel aan de Oesterdam zou zijn dat er een meer zou ontstaan
dat aan Brabant grensde, maar dat inplaats van de Oosterschelde zoet zou zijn. Nierdoor
zou de verdere verzilting van Brabant worden tegen gegaan. |
|