De watersnoodramp van 1953De DeltawerkenDeltaplanDe FinanciënDe dammenHollandse IJssel keringZandkreekdamVeersegatdamGrevelingenBrouwersdamVolkerakdamHaringvlietdamOosterscheldedamSt. PhilipsdamOesterdamMaeslantkeringTijdslijnOverzichtskaartWat is er veranderd door de DeltawerkenGuided TourZoeken over de siteHelpThe making of the site

holysdam.gif (4175 bytes)

AlgemeenGeschiedenisBezwarenWaarom een dam?Het planDe bouw

De Hollandsche IJsel is al sinds 1291 geen echte stromende rivier meer. De Hollandsche IJsel die daarvoor nog een zijarm was van de Lek werd toen namelijk al door graaf Floris de Vijfde bij Klaphek afgedamd. Waarschijnlijk heeft hij hier opdracht toe gegeven omdat het gebied rond de Hollandsche IJsel waarschijnlijk vaak met overstromingen te maken had omdat er te veel water door de Hollansche Ijsel moest. Er moest zoveel water door omdat de Oude Rijn, ook een zijtak van de Hollandsche IJsel steeds verzande, waardoor de Hollandsche IJsel meer water kreeg te voorduren dan zij aankon. Door het afsluiten van de Hollandsche IJssel kwam er einde aan een reeks van overstromingen. Door het dichtslibben van de De Hollandsche IJssel verloor deze echter zijn belang voor de scheepvaart.

Toen de Franse Legers van Napoleon ons land bezet hielden, heeft de inspecteur van de waterstaat A. Blanken Jzn. een verbeteringsplan uitgewerkt. Hij wilde namelijk een dam leggen tussen Krimpen en Capelle, dus ongeveer op de plaats waar nu de stromvloedkering is gebouwd. In deze dam zouden drie sluizen komen: de middelste voor de scheepvaart, terwijl de beide andere dienst zouden doen als stroomsluizen. De bedoeling van de twee stroomsluizen was om tijdens de vloed veel water de Hollandsche IJssel op te laten sromen. Daarna zou bij eb dit water weer te spuien. Dit voorkwam dat de monding met de Nieuwe Maas niet zou dichtslibben. Opvallend was dat deze ideeen ontstonden kort na een stormvloed die op 15 januari 1808 was opgetreden, wat ongeveer 150 jaar later ook gebeurde na de stormvloed van 1953. Het ontwerp dat nu gerealiseerd is is echter veel beter dan dat van nu ongeveer 2 eeuwen geleden.

Overeenkomstig met het advies van de Commisssie-Van der Kun werd een eeuw gelden de bovenloop van de IJssel afgedamd bij Gouda en het traject van Klaphek tot Haastrecht gekanaliseerd. Dit geddelte van de Hollandsche IJssel werd hierdoor bruikbaar voor de scheepvaart. De verbinding met het open riviergedeelte tussen Gouda en de uitmonding in de Nieuwe Maas was mogelijk doordat in de afdamming een sluis met waaierdeuren was gebouwd. Een tweede belangrijk voordeel van de genoemde afdamming was dat de bovenstrooms gelegen dijken niet hoefde te worden verhoogd. Dit omdat de getijdenbeweging hiet niet meer kon doordringen.

Doordat men twee nu twee afdammingen in de Hollandsche IJsel heeft is de Hollandsche IJssel in plaats van een rivier een zier diep in het binnnenland liggende zeearm, die bijna geen last heeft van eb en vloed, het hoogste verschil tussen eb en vloed is namelijk ongeveer 1,70 meter.

Doordat de Hollandsche IJssel vanaf benedenstrooms wordt ververst van water was er echter een probleem. Dit kan er namelijk voor gaan zorgen dat de zoutgrens zich langzaam stroom opwaarts en dan ook de Hollandsche IJssel op gaat gewegen. Dit zou erg zijn omdat het drinkwater dat uit de maas en IJssel wordt gehaalt voor grote delen van Rotterdam, en omliggende steden bestemd is. Wordt het water zouter dan moet het eerst worden ontzout voordat het bruikbaar is als dirnkwater. Dit kost weer extra tijd en vooral geld.