De Hollandsche IJsel is al sinds 1291
geen echte stromende rivier meer. De Hollandsche IJsel die daarvoor nog een zijarm was van
de Lek werd toen namelijk al door graaf Floris de Vijfde bij Klaphek afgedamd.
Waarschijnlijk heeft hij hier opdracht toe gegeven omdat het gebied rond de Hollandsche
IJsel waarschijnlijk vaak met overstromingen te maken had omdat er te veel water door de
Hollansche Ijsel moest. Er moest zoveel water door omdat de Oude Rijn, ook een zijtak van
de Hollandsche IJsel steeds verzande, waardoor de Hollandsche IJsel meer water kreeg te
voorduren dan zij aankon. Door het afsluiten van de Hollandsche IJssel kwam er einde aan
een reeks van overstromingen. Door het dichtslibben van de De Hollandsche IJssel verloor
deze echter zijn belang voor de scheepvaart.Toen de Franse
Legers van Napoleon ons land bezet hielden, heeft de inspecteur van de waterstaat A.
Blanken Jzn. een verbeteringsplan uitgewerkt. Hij wilde namelijk een dam leggen tussen
Krimpen en Capelle, dus ongeveer op de plaats waar nu de stromvloedkering is gebouwd. In
deze dam zouden drie sluizen komen: de middelste voor de scheepvaart, terwijl de beide
andere dienst zouden doen als stroomsluizen. De bedoeling van de twee stroomsluizen was om
tijdens de vloed veel water de Hollandsche IJssel op te laten sromen. Daarna zou bij eb
dit water weer te spuien. Dit voorkwam dat de monding met de Nieuwe Maas niet zou
dichtslibben. Opvallend was dat deze ideeen ontstonden kort na een stormvloed die op 15
januari 1808 was opgetreden, wat ongeveer 150 jaar later ook gebeurde na de stormvloed van
1953. Het ontwerp dat nu gerealiseerd is is echter veel beter dan dat van nu ongeveer 2
eeuwen geleden.
Overeenkomstig met het advies van de Commisssie-Van der Kun werd een
eeuw gelden de bovenloop van de IJssel afgedamd bij Gouda en het traject van Klaphek tot
Haastrecht gekanaliseerd. Dit geddelte van de Hollandsche IJssel werd hierdoor bruikbaar
voor de scheepvaart. De verbinding met het open riviergedeelte tussen Gouda en de
uitmonding in de Nieuwe Maas was mogelijk doordat in de afdamming een sluis met
waaierdeuren was gebouwd. Een tweede belangrijk voordeel van de genoemde afdamming was dat
de bovenstrooms gelegen dijken niet hoefde te worden verhoogd. Dit omdat de
getijdenbeweging hiet niet meer kon doordringen.
Doordat men twee nu twee afdammingen in de Hollandsche IJsel heeft
is de Hollandsche IJssel in plaats van een rivier een zier diep in het binnnenland
liggende zeearm, die bijna geen last heeft van eb en vloed, het hoogste verschil tussen eb
en vloed is namelijk ongeveer 1,70 meter.
Doordat de Hollandsche IJssel vanaf benedenstrooms wordt ververst
van water was er echter een probleem. Dit kan er namelijk voor gaan zorgen dat de
zoutgrens zich langzaam stroom opwaarts en dan ook de Hollandsche IJssel op gaat gewegen.
Dit zou erg zijn omdat het drinkwater dat uit de maas en IJssel wordt gehaalt voor grote
delen van Rotterdam, en omliggende steden bestemd is. Wordt het water zouter dan moet het
eerst worden ontzout voordat het bruikbaar is als dirnkwater. Dit kost weer extra tijd en
vooral geld.