De watersnoodramp van 1953De DeltawerkenDeltaplanDe FinanciënDe dammenHollandse IJssel keringZandkreekdamVeersegatdamGrevelingenBrouwersdamVolkerakdamHaringvlietdamOosterscheldedamSt. PhilipsdamOesterdamMaeslantkeringTijdslijnOverzichtskaartWat is er veranderd door de DeltawerkenGuided TourZoeken over de siteHelpThe making of the site

holysdam.gif (4175 bytes)

AlgemeenGeschiedenisBezwarenWaarom een dam?Het planDe bouw

Met de voorbereidingen van het project werd al begonnen op 18 januari 1954. De plaats waar de stormvloedkering zou worden gebouwd werd juist hier gekozen omdat de afstand tussen de dijken te hoogte van krimpen 250 met bedroeg. Hier bestond de mogelijkheid om de rivier tijdelijk te verbreden, zodat de scheepvaart omgelegd kon worden. Het was derhalve niet nodig het rivierbed bij de uitvoering van de werken ontoelaatbaar te vernauwen. Eerst was het de bedoeling om de soort uiterwaard weg te baggeren. In de eerste plaats diende het zomerbed van de rivier, dat slechts honderd meter breed is, tijdlijk geruimd te owrden ten behoeven van de scheepvaaart, ten behoeve van de scheepvaart, die bij de uitvoering van de bouw van de Hollandsche IJssel Dam zo min mogelijk hinder moest ondervinden. Het aantal schepen dat gemiddeld per jaar passeren zou was 75000. In de tweede plaats was het noodzakelijk de slappe kleilagen te verweideren om daarvoor later een zandlichaam in de plaats aan te brengen. Dit zan zou uit de Nieuwe Maas ter hoogte van Vlaardingen door de monsterzuiger 'Ahoy' in actie komen, om het vele zand optepompen. Dit werd in grote schepen geladen die het naar Capelle veroverde waarna ze werden geleegd door twee drijvende transportkranen. Hierbij hadden ze ervoor gezorgd dat ze twee vleigen in een klap hadden geslagen, want de Nieuwe Waterweg was aan uitbaggeren toe en het zand dat daar bij vrijkwam was nodig om de Hollandsche IJssel Dam te maken. De pijler in aanbouw
De katrollen in aanbouw Nadat in juli 1954 het baggerwerk was geereed gekomen kon een aanvang worden gemaakt met het inheien van de stalen damwanden. Door het inheien van de stalen damwanden zou er een soort bouwput ontstaan, waarin men zonder water kon werken. Het heien van deze damwanden gebeurde door in de vaargeul van de riviergelegen heistllingen. Om de bouwputten te kunnen maken werd totaal ongeveer 100 km aan stalen damwand stukken in de grond geheid.

Bij veel waterstaatwerken zit bij het ingebruiknemen meestal meer werk onder dan boven de grond. Dit was ook het geval bij deze stormvloedkering. Alles waar het bij deze 'dam' om draaid is dat de schuiven in tijd van storm zich kunnen sluiten waardoor het achterliggende land beschermd is. Dit afsluiten zou gaan gebeuren met twee 80 meter lange zware metalen schuiven. Het neerlaten kon niet zomaar. Als de schuiven op de slappe bodem zouden moeten rusten zou het zand onder de schuiven wegspoelen. Daarom moesten ze op een soort drempels komen te rusten. De vorm van de drempel werd vastgesteld door het Waterloopkundig Laboratorium.

Het maken van die drempel was echter niet zo makkelijk. Hij zou namelijk 80 meter lang moeten worden. Dit zou betekenen dat wanneer men een droogdok zou maken dat dit zo'n groot stuk van de de Hollandsche IJssel zou zijn, dat de scheepsvaart veel hinder zou ondervinden, en het water van de eb en vloed stroom zou de wand te veel onder druk zetten omdat de opening nog maar zo klein was. Daarom zou men de drempel in stukjes maken. Men zou de twee drempel voor de twee schuiven, in twee delen gaan aanleggen. Elke keer zou men voor elke drempel 2 putten van elk 27,50 meter heien. Nadat deze dicht waren werd de bodem verdiept tot NAP -10,50 m. De schuiven in de werkplaats
Daarna liet men terwijl deze nog vol stond met water er een ongeveer 2,5 dikke betonkoek instorten. Als deze hard was geworden kon men de put leeg pompen en aan de bouw van de drempels beginnen. Deze kregen een speciale vorm omdat uit proeven was gebleken dat anders de omliggende grond zou gaan wegspoelen, wat zou betekenen dat de drempel zou kunnen worden ondermijnt. Dit zou vooral gebeuren waarneer het water vlak voordat deschuiven op het diepste punt waren, de doorstoom mogelijkheid zo hadden verkleind dat er zeer sterke stroomsnelheden zouden ontstaan. Er was nu een 55 meter lange drempel ontstaan, die later nog 80 meter lang zoou worden, maar deze verlenging aan beide kanten heeft in een later stadium plaats gevonden in de grote bouwputten, waarbij aansluiting met de beide oevers werd gemaakt. Dit betekende dat de scheepvaart op dat moment door de 55 meter breede geul kon varen met de twee drempels daarin.
De katrol wordt in de pijler gehesen In de tweede fase van het project ging men de schutsluis maken die aan de zijde van Kapelle, alsmede voor de constructie van de funderingsplaten voor de twee oostelijke heftorens en het bruggehoofd, waaarop het viaduct begint en de brug eidigt, tegen de krimpense oever.

Omdat de bouwputten hiervoor nog veel dieper moesten zijn moest men twee damwanden die 12 meter uit elkaar lagen. De tussen holtes waren opgevuld met zand en onderling verbonden door trekankers. Weer had men last van de te zwakke grond. Daarom besloot men te gaan heien. Men sloeg zo'n 33 km aan palen de grond in om het geheel van de nodige sterkte te voorzien.

Ondertussen was men al begonnen met het voorfabriceren van de schuiven. Dit waren 81,20 m lage en 11,50 m hoge op boogbrug doen lijkende schuiven. Het ging dan wel om een boogbug die was gekanteld en met de platte kan naar zee toe wees. De schuiven werden in stukjes gemaakt en toen pas aan elkaar gelast. Men had de verticale wand om deze van de nodige sterkte te voorzien voorzien van driehoekige constructies, en twee bogen. Deze moesten ervoor zorgen dat bij een storm de horizontale krachten die de wand te voorduren kreeg op de toren werden overgedragen. Voor het op en neer laten van de schuiven werd in de toren een contragewicht gemaakt. De schuiven zelf zouden 635 ton gaan wegen en het contragewicht 460 ton. Dit was niet in evenwciht omdat anders niet kon worden gegaradeer dat hij dicht is en ook dat de schuif ondanks de wrijving bleef zakken bij stromend water. Om de schuiven omhoog en naar beneden te laten zakken waren er motors in de torens aangebracht. Een sterke voor boven water, dan moest de snelheid 2 cm/s zijn en een voor onder water. Hier moest de snelheid 2/3 cm/s zijn. Zo zou het dichten van de schuiven ongeveer 30 minuten in beslag nemen. Mocht door welke reden dan ook de stroom uitvallen dan zou het achterland toch nog veilig zijn, omdat de Hollandsche IJssel dam namelijk zijn eigen generator heeft. Een schuif wordt naar de bouwput gesleept, waarna hij tussen de pijlers kan worden gehangen
De stormvloedkering word eerst slechts met één schuif uitgerust. Men heeft eerst alles aan de west zijde gebouwd. Als er dan nu een springvloed zou komen dan kan de dam toch dicht. Onmiddelijk naast de stormvloedkering wordt er hard gewerkt aan een 24 m bij 120 m lange sluis voor de scheepvaart. De deuren van deze sluis zouden 60 ton gaan wegen. De eerste schuif van de dam is tussen de pijlers gehesen.
Er waren aan elke kant van de sluis twee paar eb en vloed sluizen geplaatst. De sluis zou voor alle scheepvaart te gebruiken zijn omdat de brug die erover komen zou beweegbaar was. De schuiven die tussen de torens zouden komen moesten natuurlijk hoog genoeg worden opgetrokken om de binnevaart er nog onderdoor te laten. Daarom maakte men de torens bijna 45 meter hoog. De torens groeide langzaam met ongeveer 3 meter per week. In het najaar van 1957 waren de eerste twee torens al zo ver klaar dat kon worden begonnen aan het aanvoeren van de eerste staalconstructies. Men begon met het aanvoeren van het bewegingswektuig voor de schuiven. Deze werd door een bok boven in de torens geplaats. Daarna volgde de sluisdeuren, de beweegbare brug, de vaste brug, en als hoogte punt, enkele dagen voor Kerstmis, het aanvoeren van de eerste stalen stormvloedschuif. Nadat het tweede paar torens was gemaakt en daar ook de schuiven in waren geplaatst, was de stormvloed kering in de Hollandsche IJssel klaar. Dit project had ervoor gezorgd dat er een veel betere veiligheid was ontstaan en dat er betere wegverbindingen waren ontstaan tussen de zeeuwse eilanden en zuidholland.