                       |
|

     
| Met de voorbereidingen van het
project werd al begonnen op 18 januari 1954. De plaats waar de stormvloedkering zou worden
gebouwd werd juist hier gekozen omdat de afstand tussen de dijken te hoogte van krimpen
250 met bedroeg. Hier bestond de mogelijkheid om de rivier tijdelijk te verbreden, zodat
de scheepvaart omgelegd kon worden. Het was derhalve niet nodig het rivierbed bij de
uitvoering van de werken ontoelaatbaar te vernauwen. Eerst was het de bedoeling om de
soort uiterwaard weg te baggeren. In de eerste plaats diende het zomerbed van de rivier,
dat slechts honderd meter breed is, tijdlijk geruimd te owrden ten behoeven van de
scheepvaaart, ten behoeve van de scheepvaart, die bij de uitvoering van de bouw van de
Hollandsche IJssel Dam zo min mogelijk hinder moest ondervinden. Het aantal schepen dat
gemiddeld per jaar passeren zou was 75000. In de tweede plaats was het noodzakelijk de
slappe kleilagen te verweideren om daarvoor later een zandlichaam in de plaats aan te
brengen. Dit zan zou uit de Nieuwe Maas ter hoogte van Vlaardingen door de monsterzuiger
'Ahoy' in actie komen, om het vele zand optepompen. Dit werd in grote schepen geladen die
het naar Capelle veroverde waarna ze werden geleegd door twee drijvende transportkranen.
Hierbij hadden ze ervoor gezorgd dat ze twee vleigen in een klap hadden geslagen, want de
Nieuwe Waterweg was aan uitbaggeren toe en het zand dat daar bij vrijkwam was nodig om de
Hollandsche IJssel Dam te maken. |
 |
 |
Nadat in juli
1954 het baggerwerk was geereed gekomen kon een aanvang worden gemaakt met het inheien van
de stalen damwanden. Door het inheien van de stalen damwanden zou er een soort bouwput
ontstaan, waarin men zonder water kon werken. Het heien van deze damwanden gebeurde door
in de vaargeul van de riviergelegen heistllingen. Om de bouwputten te kunnen maken werd
totaal ongeveer 100 km aan stalen damwand stukken in de grond geheid. Bij veel waterstaatwerken zit bij het ingebruiknemen meestal meer werk onder
dan boven de grond. Dit was ook het geval bij deze stormvloedkering. Alles waar het bij
deze 'dam' om draaid is dat de schuiven in tijd van storm zich kunnen sluiten waardoor het
achterliggende land beschermd is. Dit afsluiten zou gaan gebeuren met twee 80 meter lange
zware metalen schuiven. Het neerlaten kon niet zomaar. Als de schuiven op de slappe bodem
zouden moeten rusten zou het zand onder de schuiven wegspoelen. Daarom moesten ze op een
soort drempels komen te rusten. De vorm van de drempel werd vastgesteld door het
Waterloopkundig Laboratorium. |
| Het maken van die
drempel was echter niet zo makkelijk. Hij zou namelijk 80 meter lang moeten worden. Dit
zou betekenen dat wanneer men een droogdok zou maken dat dit zo'n groot stuk van de de
Hollandsche IJssel zou zijn, dat de scheepsvaart veel hinder zou ondervinden, en het water
van de eb en vloed stroom zou de wand te veel onder druk zetten omdat de opening nog maar
zo klein was. Daarom zou men de drempel in stukjes maken. Men zou de twee drempel voor de
twee schuiven, in twee delen gaan aanleggen. Elke keer zou men voor elke drempel 2 putten
van elk 27,50 meter heien. Nadat deze dicht waren werd de bodem verdiept tot NAP -10,50 m.
|
 |
| Daarna
liet men terwijl deze nog vol stond met water er een ongeveer 2,5 dikke betonkoek
instorten. Als deze hard was geworden kon men de put leeg pompen en aan de bouw van de
drempels beginnen. Deze kregen een speciale vorm omdat uit proeven was gebleken dat anders
de omliggende grond zou gaan wegspoelen, wat zou betekenen dat de drempel zou kunnen
worden ondermijnt. Dit zou vooral gebeuren waarneer het water vlak voordat deschuiven op
het diepste punt waren, de doorstoom mogelijkheid zo hadden verkleind dat er zeer sterke
stroomsnelheden zouden ontstaan. Er was nu een 55 meter lange drempel ontstaan, die later
nog 80 meter lang zoou worden, maar deze verlenging aan beide kanten heeft in een later
stadium plaats gevonden in de grote bouwputten, waarbij aansluiting met de beide oevers
werd gemaakt. Dit betekende dat de scheepvaart op dat moment door de 55 meter breede geul
kon varen met de twee drempels daarin. |
 |
In de tweede
fase van het project ging men de schutsluis maken die aan de zijde van Kapelle, alsmede
voor de constructie van de funderingsplaten voor de twee oostelijke heftorens en het
bruggehoofd, waaarop het viaduct begint en de brug eidigt, tegen de krimpense oever. Omdat de bouwputten hiervoor nog veel dieper moesten zijn moest men twee
damwanden die 12 meter uit elkaar lagen. De tussen holtes waren opgevuld met zand en
onderling verbonden door trekankers. Weer had men last van de te zwakke grond. Daarom
besloot men te gaan heien. Men sloeg zo'n 33 km aan palen de grond in om het geheel van de
nodige sterkte te voorzien. |
| Ondertussen was men
al begonnen met het voorfabriceren van de schuiven. Dit waren 81,20 m lage en 11,50 m hoge
op boogbrug doen lijkende schuiven. Het ging dan wel om een boogbug die was gekanteld en
met de platte kan naar zee toe wees. De schuiven werden in stukjes gemaakt en toen pas aan
elkaar gelast. Men had de verticale wand om deze van de nodige sterkte te voorzien
voorzien van driehoekige constructies, en twee bogen. Deze moesten ervoor zorgen dat bij
een storm de horizontale krachten die de wand te voorduren kreeg op de toren werden
overgedragen. Voor het op en neer laten van de schuiven werd in de toren een contragewicht
gemaakt. De schuiven zelf zouden 635 ton gaan wegen en het contragewicht 460 ton. Dit was
niet in evenwciht omdat anders niet kon worden gegaradeer dat hij dicht is en ook dat de
schuif ondanks de wrijving bleef zakken bij stromend water. Om de schuiven omhoog en naar
beneden te laten zakken waren er motors in de torens aangebracht. Een sterke voor boven
water, dan moest de snelheid 2 cm/s zijn en een voor onder water. Hier moest de snelheid
2/3 cm/s zijn. Zo zou het dichten van de schuiven ongeveer 30 minuten in beslag nemen.
Mocht door welke reden dan ook de stroom uitvallen dan zou het achterland toch nog veilig
zijn, omdat de Hollandsche IJssel dam namelijk zijn eigen generator heeft. |
 |
| De stormvloedkering
word eerst slechts met één schuif uitgerust. Men heeft eerst alles aan de west zijde
gebouwd. Als er dan nu een springvloed zou komen dan kan de dam toch dicht. Onmiddelijk
naast de stormvloedkering wordt er hard gewerkt aan een 24 m bij 120 m lange sluis voor de
scheepvaart. De deuren van deze sluis zouden 60 ton gaan wegen. |
 |
| Er
waren aan elke kant van de sluis twee paar eb en vloed sluizen geplaatst. De sluis zou
voor alle scheepvaart te gebruiken zijn omdat de brug die erover komen zou beweegbaar was.
De schuiven die tussen de torens zouden komen moesten natuurlijk hoog genoeg worden
opgetrokken om de binnevaart er nog onderdoor te laten. Daarom maakte men de torens bijna
45 meter hoog. De torens groeide langzaam met ongeveer 3 meter per week. In het najaar van
1957 waren de eerste twee torens al zo ver klaar dat kon worden begonnen aan het aanvoeren
van de eerste staalconstructies. Men begon met het aanvoeren van het bewegingswektuig voor
de schuiven. Deze werd door een bok boven in de torens geplaats. Daarna volgde de
sluisdeuren, de beweegbare brug, de vaste brug, en als hoogte punt, enkele dagen voor
Kerstmis, het aanvoeren van de eerste stalen stormvloedschuif. Nadat het tweede paar
torens was gemaakt en daar ook de schuiven in waren geplaatst, was de stormvloed kering in
de Hollandsche IJssel klaar. Dit project had ervoor gezorgd dat er een veel betere
veiligheid was ontstaan en dat er betere wegverbindingen waren ontstaan tussen de zeeuwse
eilanden en zuidholland. |
|