                       |
|

      
| Tijdens het bouwen
van de dam moesten van tijd tot tijd metingen worden verricht om te kijken of alles wel
goed ging. Men peilde de stroomversnellingen om te kijken of er geen ontgronding zou
plaatsvinden, want anders zouden de stenen nooit op hun plaats blijven liggen. De
peilingen gebeurden in een gebied dat zich tot 400 meter aan beide kanten van de
(toekomstige) dam uitstrekte, een oppervlakte van 1 vierkante km besloeg. Toen de
kabelbaan in gebruik werd genomen werden voor de veiligheid de peilingen in een gebied dat
zich tot 40 m aan beide kanten van de dam uitrekte. De peilingen werden vanaf 1962
maandelijks uitgevoerd maar vanaf juli 1964 werden ze 1 keer per week uitgevoerd. |
 |
|